Zo maak je met je eigen hulporganisatie wél een verschil

VideoWeeshuizen opknappen in Kenia of dekens uitdelen in Syrië. Steeds meer particulieren steken hun handen uit de mouwen en zetten zich vrijwillig in om zaken als het onderwijs en de gezondheidszorg te verbeteren. Antropoloog Sara Kinsbergen (Radboud Universiteit) vertelt bij De Universiteit van Nederland* of je met zo’n initiatief een verschil kunt maken.

Sinds begin deze eeuw is het aantal Particuliere Initiatieven (PI’s) volgens Kinsbergen sterk toegenomen. Waren het er eerst nog enkele tientallen, heeft Kinsbergen voor haar onderzoek meer dan achthonderd PI’s in kaart gebracht en inmiddels schat zij hun aantal op enkele duizenden. De meeste van deze Nederlandse initiatieven zijn werkzaam in Azië en Afrika en focussen zich op armoedebestrijding en toegang tot onderwijs.

De komst van deze PI’s blijft niet onopgemerkt door de grotere spelers in de internationale hulporganisaties. Net als Kinsbergen zien zij dat niet alleen hun aantal, maar ook de hoeveelheid aan donaties die ze binnenhalen exponentieel stijgt: ,,Het aandeel donaties dat de particuliere initiatieven ontvangen, neemt sneller toe dan dat van de gevestigde organisaties.”

Volledig scherm
Melissa Kreps uit Geffen verloor haar hart aan jonge straatkinderen in Kenia.

Doe-democratie

De traditionele partijen kijken dan ook met argusogen naar deze nieuwkomers. Als het gaat om internationale ontwikkelingshulp was er vóór hun komst een verdeling tussen bilaterale, multilaterale en civilaterale organisaties. Bilaterale hulp gaat om hulp die een nationale overheid een andere overheid biedt, multilateraal draait om een samenwerking tussen meerdere organisaties zoals de Verenigde Naties en een voorbeeld van een civilaterale organisatie is Oxfam Novib. De komst van PI’s introduceert een vierde categorie: de philanterale categorie die wordt aangevoerd door grote spelers als de Bill & Melinda Gates Foundation maar ook je buurvrouw die een weeshuis in Gambia begint.

De explosieve stijging van PI’s is op macro-niveau goed te verklaren, zo vertelt Kinsbergen: ,,Dankzij de globalisatie reizen we meer en door de individualisering van de samenleving en het terugtrekken van de overheid zijn we geneigd meer ‘zelf’ te doen. Daarbij komt dat er meer hoger opgeleide mensen zijn die gewend zijn hun mond open te trekken tegen de gevestigde orde. We leven, kortom, in een ‘doe-democratie’.”

Quote

Je kunt kinderen wel een opleiding geven, maar als er vervolgens geen banenmarkt is, hebben ze niets aan dat diploma

Lange adem

Die PI’s zijn vaak goed bedoeld maar niet altijd een succes, zag Kinsbergen in haar veldonderzoek. De meesten richten zich op het voorzien van basisbehoeften zoals voedsel en onderwijs. Op korte termijn levert dit misschien resultaat op, maar de onderliggende oorzaken van die armoede blijven onopgelost. Een domino-effect, dat zou kunnen leiden tot een doorbreking van de armoedecyclus, blijft daarom meestal uit. ,,Je kunt kinderen wel een opleiding geven, maar als er vervolgens geen banenmarkt is, hebben ze niets aan dat diploma.”

Kinsbergen ziet echter ook de toegevoegde waarde van kleinschalige initiatieven. ,,De particuliere initiatieven kennen een lange adem, zijn lokaal lang actief, kennen daardoor de context goed en kunnen zo een duurzame bijdrage leveren aan armoedebestrijding”. Ze pleit dan ook voor intensievere samenwerking tussen de grote, traditionele partijen enerzijds, en de kleine initiatieven anderzijds. ,,Het aantal initiatieven blijft toenemen, dus kijk bij elkaar over de schutting. Ga op zoek naar een organisatie die hetzelfde doel heeft als jij en versterk elkaar.

Quote

Het aantal initiatie­ven blijft toenemen, dus kijk bij elkaar over de schutting

Lef

Dit heeft vooral te maken met de werkwijze van de initiatieven. ,,De initiatieven worden bestuurd door vrijwilligers die het leuk willen vinden wat ze doen. Ze willen betrokken zijn bij het ontwerpen van plannen en het realiseren daarvan.” Dit soort investeringen hebben nog een voordeel. ,,Je kan goed aan je achterban laten zien wat je met het geld dat je van hen hebt gekregen, gedaan hebt. Het is daarom fijn om zelf nauw betrokken bij de zaken te zijn zodat je daar grip op houdt.”

Kinsbergen gelooft dat je met een zelf opgezette hulporganisatie een groot verschil kunt maken. Maar het is niet vanzelfsprekend. ,,Het vereist lef bij de initiatiefnemers om zich niet alleen te richten op de directe armoedebestrijding.” Zo zouden ze, volgens Kinsbergen, meer moeten investeren in de minder zichtbare, meer complexe interventies die gericht zijn op het aanpakken van de oorzaken van armoede en ongelijkheid. Als tip wil Kinsbergen nog meegeven dat hulporganisaties wellicht ook samen kunnen werken. ,,Het aantal initiatieven blijft toenemen, dus kijk bij elkaar over de schutting. Ga op zoek naar een organisatie die hetzelfde doel heeft als jij en versterk elkaar.”

Ofwel, lef tonen en risico nemen! Dat is hoe je een verschil kunt maken met jouw hulporganisatie.

*Dit is een wekelijkse bijdrage van de Universiteit van Nederland.

De Universiteit van Nederland heeft ook een podcast. Vind afleveringen terug op Spotify (http://bit.do/UvNL-Spotify) en iTunes (http://bit.do/UvNL-iTunes).

Bekijk hieronder meer video’s van Universiteit van Nederland: