Volledig scherm
De vertrekhal van het Ben Goerion-vliegveld nabij Tel Aviv. © shutterstock

Israëliërs gedwongen altijd op vakantie met het vliegtuig te gaan

Israëliërs zijn een reislustig volk. Maar voor een buitenlandvakantie moeten ze altijd met het vliegtuig, want aan de grenzen is het oorlog.

In de vertrekhal van het Ben Goerion-vliegveld nabij Tel Aviv hangen bordjes met een vrolijke cartoon. ,,In het buitenland ben jij Israëls ambassadeur", meldt een stripfiguur. De tekening is onderdeel van een propagandacampagne van de Israëlische regering om het imago in het buitenland wat op te vijzelen. Israëliërs die naar het buitenland gaan, kunnen een lijstje krijgen met goede gespreksonderwerpen: Israëls technologische verworvenheden, de vrijheid van geloof en seksualiteit. Gesprekken over de Palestijnse kwestie dient men te vermijden. Wie in Israël geboren wordt, heeft zelden een dagje vrij van de politiek.

Buitenland

Om de bloedhete zomermaanden te ontvluchten, kiezen Israëliërs graag voor een vakantie in het buitenland. Na meer dan tien jaar forse economische groei kunnen steeds meer mensen zich dat veroorloven. De gunstige koers van de sjekel, hun betaalmiddel, helpt een handje. De komst van Europese prijsvechters zoals Easyjet en Transavia doet de rest.

Quote

Met een Israëlisch paspoort kom je de islamitische wereld bijna niet in, dus vliegt men over het Midden-Oosten heen

Bij de keuze voor de vakantiebestemming komt de politiek al weer om de hoek kijken. Met Syrië en Libanon, de buurlanden in het noorden, is het al decennia oorlog dus die zijn uitgesloten. Aan de grens met Egypte zit een afdeling van terreurgroep Islamitische Staat en ook in Jordanië aan de oostgrens voelen veel Joodse Israëliërs zich niet veilig. Met een Israëlisch paspoort kom je grote delen van de islamitische wereld überhaupt niet in, dus vliegt men over het Midden-Oosten heen. Gezinnen met kinderen gaan graag naar Europa of de Verenigde Staten. Ze maken een rondje in de huurauto langs Parijs, Berlijn en Amsterdam. Veel Israëliërs hebben familie in de grote Amerikaanse steden die ze om de paar zomers bezoeken, maar lange vakanties zitten er niet in. Een gemiddelde werknemer heeft zestien vakantiedagen per jaar, bij werkweken van minstens 45 uur. Daarom reist men vaak tijdens de Joodse Hoge Feestdagen in de lente en het najaar wanneer het land tot stilstand komt en iedereen verplicht vrij is.

De bekendste én meest beruchte Israëlische toerist is de twintiger die net uit het leger komt. Alle Joods-Israëlische mannen en vrouwen moeten op hun 18de een aantal jaar in militaire dienst, waar ze flink moeten afzien. De maandenlange reis naar India, Zuid-Amerika of het Verre Oosten na de dienstplicht is een verplicht nummer. In Zuid-Amerika en Azië zijn sommige hostels helemaal ingericht op dit soort gasten. Ze serveren kosjer Israëlisch volksvoedsel zoals hummus en schnitzels. Alle menu's zijn in het Hebreeuws en op vrijdagavond is er een sjabbatdiner. Eenmaal weg van het militaire regime en het hectische leven thuis gaan de remmen los. Drank, drugs, seksuele escapades, hondsbrutaal gedrag. Andere toeristen storen zich er vaak mateloos aan. Daarom zijn er ook hostels die dit soort groepen weren, waar in Israël dan weer schande van wordt gesproken.

Hoge hotelprijzen

Ondertussen lijdt de binnenlandse toerismesector onder het groeiend aantal buitenlandvakanties. Door de hoge hotelprijzen - minstens 100 euro per nacht - is de ooit zo populaire badplaats Eilat aan de Rode Zee steeds minder in trek. Toerisme blijft altijd een riskante onderneming in het land. Het sluimerende conflict met de Palestijnen komt om de paar jaar tot uitbarsting. Dan blijven de buitenlandse toeristen weer lange tijd weg en staan de hotels leeg. Om de sector te helpen, roept de regering de bevolking op om vakantie in eigen land te vieren. Uit vaderlandsliefde. Want zoals alles in Israël is ook de vakantie politiek.