Volledig scherm
© Erik van 't Hullenaar

Uroloog begrijpt patiënten beter na eigen opname in ziekenhuis

Met spoed werd hij opgenomen in zijn eigen Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. Uroloog Michael van Balken was ineens de patiënt op de brancard. Hij leerde veel in die tijd. ,,Je leefstijl aanpassen is echt lastig.''

Volledig scherm
© Erik van 't Hullenaar

Hij vond het overdreven dat zijn vrouw de huisarts belde, maar ze had niets beters kunnen doen. De druk die uroloog Michael van Balken (46) op een middag in december 2014 op zijn borst voelde was een alarmsignaal van zijn lichaam. Hij bleek slokdarmspasmen te hebben en moest radicaal anders gaan leven. Gezonder vooral. Dat is hij ook gaan doen. Maar toen had hij daar ook weer genoeg van, de middelvingerfase zoals hij het noemt. En toen overwon hij ook dát weer. Maar eerst ging het dus goed mis. 

,,Mijn leefstijl was niet uitmuntend. Ik was geen briljante ontbijter en op het werk viel de lunch ook weleens weg. Het gebeurde niet zelden dat ik ’s avonds voor het eerst at. Dat vond ik geen enkel probleem, ik had geen trek. En dan dronk ik koffie. Met het grootste gemak twaalf tot vijftien kopjes per dag. Als ik ’s avonds wat anders dronk, werd het cola, want dat vind ik lekker. Ik heb een drukke baan en ben een redelijk ambitieus baasje dat overal met z’n snufferd vooraan staat, in commissies zit en mee wil praten. Ik denk dat ik 60 à 70 uur maak. De dingen naast mijn baan tel ik er nooit bij, want dan krijg ik Scheisse thuis.’’ Druk dus, niet al te gezond eten… ,,En sporten deed ik helemaal niet. Het is lastig om tijd vrij te maken op een vast moment. Fietsen of lopen zijn dan ideaal, maar ja, ik riep altijd: ‘Als iedereen toch dezelfde kant op hardloopt, neem dan een busje.’ Ik vond het helemaal niks.’’ 

Hoe merkte u dat het misging?
,,Ik had wat maagzuurproblemen, maar dan tikte ik een paar Rennies achterover en weg was het. Tot ik van het ene op het andere moment een vervelende druk op m’n borst kreeg. Het idee dat er iets bovenop ligt. Het eerste waar je aan denkt, is een hartding. Een hartaanval of iets in die richting. Mijn vrouw belde de huisarts, al leek me dat een beetje overdreven. En toen ben ik neergegaan. Toen ik het weer een beetje meekreeg, stond er een ambulance broeder over me heen gebogen.’’ 

Hoe was het om opgenomen te worden?
,,De broeders wisten dat ik uroloog was en vroegen of ik naar mijn eigen ziekenhuis wilde. Nou, een ander ziekenhuis ken ik niet, of juist goed genoeg om er niet naartoe te willen, dus ik wilde per se naar het Rijnstate. Raar om op een brancard door je eigen ziekenhuis te gaan. Ik had het gevoel dat iedereen me zag. Ik wilde roepen: ‘Ik ben het niet hoor!’ Het liefst wilde ik afstappen en zelf door het ziekenhuis lopen.’’

U had slokdarmspasmen.
,,Dat maagzuur brandde zo diep de slokdarm in, dat de cellen wat veranderd waren en daardoor kwamen slokdarm was heel slecht. Overigens gaat het nu goed. Ik heb medicijnen gekregen; die cellen zijn weer goed.’’ 

Kende u de dokters die u behandelden?
,,Tijdens de opname heeft een jonge dokter zich met mij bemoeid. Geen idee wie. Ik was zo onder de indruk van alles, dat ik gewoon niet heb onthouden wie dat was. In de week daarna zakte de onrust wat en kwam ik bij cardiologen en later bij maag-, darm- en leverartsen. Die kende ik allemaal wel, maar het was toch geen ouwe-jongens-krentenbrood. Ik ben zelf dokter en had dus het een en ander moeten meekrijgen van wat zo’n dokter zei, maar ik merkte dat de helft langs me heen was gegaan. Dat heeft me veranderd. Ik weet nu nog beter hoe vreselijk weinig er bij een patiënt binnenkomt. Echt weinig.’’ 

Hoe komt dat?
,,Voor een belangrijk deel zijn het de zorgen over wat er aan de hand is. Ook ben je bezorgd of wat je te vragen hebt wel aan bod komt. Dan is er relatief weinig tijd per patiënt en geven artsen in korte tijd veel informatie. En ze denken wel dat ze eenvoudig praten, maar dat doen ze niet. Vrij vlot na mijn opname ben ik daarom het Aap-Noot-Nier-project begonnen. Dat is een project dat medische informatie goed aan wil laten komen. We vertalen de patiëntenfolders naar plaatjesfolders, zoals de kaart met instructies in de vliegtuigstoel. Van de folders maken we ook animatiefilmpjes.’’ 

Dit project kwam weer bovenop al het andere werk.
 ,,Weet je wat ik vooral geleerd heb? Dat het echt lastig is je leefstijl aan te passen. Je leefstijl gezonder maken vergt heel veel discipline en dat is moeilijk. Ook daarin heb ik het patiëntenperspectief beter leren zien. Cola laat ik tegenwoordig staan, dat is goed gelukt. Heel, heel, heel af en toe neem ik nog de eerste slok uit een nieuwe fles. Die is namelijk het allerlekkerst. Ik ben overgegaan op groene thee, tot grote hilariteit van collega’s, want ik heb altijd ontzettend lopen schoppen tegen thee. Dat is voor als je diarree hebt, zei ik dan. Ik snoep minder en ben een kilo of 8 afgevallen. Ontbijten vind ik nog steeds erg lastig en ik loop hard, maar dat blijft corvee. Ik word er niet blij van. Ik hoopte dat zo’n aangepast leefpatroon een nieuwe gewoonte zou worden. Maar dat is dus niet zo.’’ 

Nee? 
,,Nee. Ik vind met een zak chips en een fles cola op de bank zitten nog steeds veruit een beter idee dan groene thee en hardlopen. Ik heb ook een periode gehad van kont tegen de krib, de middelvingerfase. Niet meer hardlopen, snaaien bij de vleet. Ik was er echt even klaar mee. Ik kwam erachter dat ik last kreeg als ik mijn pil niet nam, ondanks het hardlopen en theedrinken, weinig chips eten en nauwelijks koffie drinken. Dus dacht ik: ja, jeetje, als ik me door die ene pil goed voel, waar zou ik dan in godesnaam al dat andere voor doen?’’

Hoe kreeg u zichzelf toch weer aan het hardlopen? 
,,De schrik zit er flink in. Ik heb een gezin met kinderen in de puberteit. Niet helemaal het moment dat je om wilt vallen.’’ 

Is er meer veranderd sinds uw opname?
,,Ik kijk bij mijn patiënten wat ruimer dan naar het gezondheidsprobleem alleen. Even twee zinnen besteden aan het kleinkind of even langslopen bij een opgenomen patiënt. Ook al is dat niet bij urologie, hij is al wel negen jaar mijn patiënt. Dat zit er nu meer in dan voorheen. Dat een patiënt wat minder een geval is en wat meer mens, daar kun je met kleine dingetjes wat aan doen.’’  

Ziekenhuis Top 100 2017 in kaart