Volledig scherm
Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg. © ANP


Minister Bruins (VVD) over sluiting SEH in Stadskanaal en Hoogeveen: zorgtafel Drenthe voorbeeld voor rest van het land

De manier waarop de Drentse Zorgtafel omging met de sluiting van de Spoedeisende Hulp in de ziekenhuizen Refaja in Stadskanaal en Bethesda in Hoogeveen, is een voorbeeld voor de rest van het land. Dat zei minister voor medische zorg en sport Bruins (VVD) woensdag in de Tweede Kamer.

Het debat ging over de sluiting van de afdelingen verloskunde in Hoogeveen en Stadskanaal en in het verlengde daarvan de sluiting van de spoedeisende hulp op 6 januari in Stadskanaal. In Hoogeveen sluit de spoedeisende hulp op 6 april. Treant kampt met financiële en personele tekorten.

De sluiting van de klinische verloskunde in 2018 was ‘te abrupt’, erkende de minister, maar daar heeft Treant Zorggroep (eigenaar van de ziekenhuizen) van geleerd, stelt hij.

Over de manier waarop de Drentse gemeenten plus Stadskanaal, de ambulancediensten en andere partners hebben samengewerkt rondom de sluiting van de SEH-afdelingen steekt hij de loftrompet: „Het is belangrijk dat de regio op de hoogte is van ontwikkelingen. Niet alleen bij partijen die binnen het ziekenhuis bestaan, maar met name de omgeving. Huisartsen, ambulance maar ook omwonenden. Zo’n zorgtafeltje is een blijvertje.”

Geen heropening

Tweede Kamerlid Van Gerven (SP) noemt het onbegrijpelijk dat in 2020 een spoedeisende hulp wordt gesloten en spreekt van ‘PR-verhaaltjes’ van Treant, de directie daarvan zou niet toekomstgericht denken. Hij pleit voor een onderzoek naar de houdbaarheid van de SEH’s in Hoogeveen en Stadskanaal. „Drenthe en Zuidoost-Groningen zijn gebieden waar grote problemen zijn. Deze regio’s verdienen volwaardige ziekenhuizen.”

Bruins: „De kans is niet aanwezig om dat weer terug te brengen. Dat is misschien niet empathisch, maar ik geloof niet dat we mensen helpen door te zeggen: ‘laten we zo’n plannetje uitwerken’”, stelt hij. „Ik denk niet dat het haalbaar is. Ik zie steeds meer zorg buiten het ziekenhuis georganiseerd. Dat vind ik een mooie ontwikkeling.”