Kamp Westerbork, foto ter illustratie
Volledig scherm
Kamp Westerbork, foto ter illustratie © ANP

Ongemakkelijke waarheid: tentoonstelling in Westerbork over het verdriet na de bevrijding

In Herinneringscentrum Kamp Westerbork is zaterdag de tentoonstelling Het Verdriet van de Bevrijding geopend. De expositie gaat over een onderbelichte kant van het bevrijdingsjaar 1945. Dat meldt het Dagblad van het Noorden.

Voor de overlevers van de nazikampen en de onderduikers bracht 1945 geen feestelijke bevrijdingsroes. De expositie toont de ongemakkelijke waarheid over wat de Joodse overlevers na de bevrijding is overkomen. Ze hebben niets meer, zijn letterlijk alles kwijt. Hun huis, hun bezittingen en het allerergste: hun familie. ,,Maar daar was geen aandacht voor”, zegt curator Guido Abuys van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. ,,Mensen wilden de oorlog achter zich laten, vooruit kijken. Maar voor onderduikers en de overlevers van de nazikampen was de oorlog niet voorbij. En voor veel families nog steeds niet.”

Meteen bij binnenkomst in de tentoonstellingsruimte van het herinneringscentrum wordt de toon gezet: het contrast tussen de uitzinnige blijdschap bij een groot deel van de bevolking en het onmenselijke verdriet bij de Joodse onderduikers en de overlevers van de kampen. ,,Je komt binnen en je hoort het geluid van vreugde en het Nederlandse volkslied, het Wilhelmus”, zegt Abuys. ,,Maar dat is niet het beeld van de bevrijding als het gaat om de Joodse overlevenden.”

Aan lot overgelaten

Abuys wijst naar een grote zwart-witfoto van een vrouw alleen in een ogenschijnlijk leeg landschap. ,,Dit vind ik nou een van de meest kenmerkende foto’s over hoe de Joodse overlevenden werden opgevangen, eigenlijk aan hun lot overgelaten. Op zoek naar familieleden die er niet zijn, op zoek naar een huis dat bewoond was door iemand anders. Ze kregen alleen wat stempels en werden van het kastje naar de muur gestuurd. Ze moesten eigenlijk weer de draad oppakken, maar er was geen gehoor voor wat hen was overkomen in de concentratiekampen. En dan vervolgens het besef van wat er is gebeurd met hun familieleden. Ze hebben zelf heel veel meegemaakt en het vermoeden dat het fout afgelopen kan zijn. Er is altijd hoop dat mensen terugkomen, maar die hoop wordt natuurlijk in de loop der jaren steeds vager en dat is het verhaal dat we willen vertellen.”

Aan de hand van beladen, persoonlijke verhalen, bijzondere voorwerpen, interactieve weergaven en aangrijpende afbeeldingen en filmfragmenten wordt de schaduwzijde van de bevrijding belicht. Zo is ruim aandacht voor de bevrijding van de concentratiekampen waar Joden, Sinti en Roma vanuit Westerbork naar zijn getransporteerd. Huiveringwekkend is het beeld van een klein jongetje in Bergen-Belsen tussen stapels met dode lichamen. Of de klassenfoto van Joodse kinderen in de oorlog, van wie maar één meisje is teruggekeerd. Ook wordt getoond hoe de laatste weken voor de bevrijding van Kamp Westerbork verliepen.

Gefilmde getuigenissen

De tentoonstelling toont hoe diep de oorlog ook na de bevrijding nog van invloed is op het leven van oud-verzetsstrijders en hun familie. Dat gebeurt onder meer aan de hand van gefilmde getuigenissen van de kinderen van Johannes Post uit Nieuwlande. Ook te zien is het verhaal van Selma Wijnberg. Zij overleefde met haar Poolse echtgenoot Chaim het concentratiekamp Sobibor. Haar man werd net als buitenlandse en stateloze Joden ongewenst verklaard. Een aantal kwam in een interneringskamp terecht, waar ze samen met NSB-ers en nazi’s achter prikkeldraad arbeid moesten verrichten.

De tentoonstelling is nog tot en met 11 oktober te zien.