Volledig scherm
PREMIUM
© Ruben L. Oppenheimer

Belastingaangifte 2018 nog doen? Hier moet je op letten

Tips en trucsVoor alle mensen die het klusje voor zich uit hebben geschoven: je hebt nog tot 1 mei de tijd om belastingaangifte te doen. Maar geen paniek: dit zijn de belangrijkste wijzigingen en tips voor de aangifte over 2018.

Belastingvrij sparen naar 30.000 euro

Quote

Bij bitcoins geldt de waarde die deze munt op 1 januari 2018 had

In 2018 hoef je over de eerste 30.000 euro van je vermogen - zoals je spaargeld, aandelen of een tweede huis - geen box 3-heffing te betalen. Vorig jaar was dit ‘heffingsvrij vermogen’ nog 25.000 euro. Fiscale partners hebben in 2018 een gezamenlijke vrijstelling van 60.000 euro. De Belastingdienst hanteert 1 januari 2018 als peildatum. Als je vermogen - dat is je geld min je schulden - op die dag boven de 30.000 euro uitkwam, moet je vermogensrendementsheffing betalen.

Bij het berekenen van deze rendementsheffing hanteert de fiscus een fictief rendement. Dit wil zeggen dat niet de werkelijke opbrengst van je vermogen wordt belast, maar een wettelijk vastgelegd percentage. Over dit fictieve rendement heft de fiscus 30 procent belasting. Boven de vrijstelling van 30.000 euro en tot een vermogen van 100.800 euro is dat 2,02 procent. Dat resulteert in een belasting van 0,61 procent (30 procent van 2,02 procent). Voor vermogen tussen de 100.801 en 1.008.000 euro is dat 4,33 procent, ofwel een belasting van 1,30 procent. Boven de 1.008.000 euro wordt een fictief rendement van 5,38 procent verondersteld, wat neerkomt op 1,61 procent.

Stel dat je in 2018 een vermogen hebt van 50.000 euro. De eerste 30.000 euro is vrijgesteld van belasting. Dan blijft er nog 50.000 - 30.000 = 20.000 euro over. De Belastingdienst gaat voor dat bedrag uit van een fictief rendement van 2,02 procent, wat uitkomt op 404 euro. Hierover betaal je 30 procent rendementsheffing, ofwel 121,20 euro.

Let op: als je op 1 januari 2018 bitcoins of andere cryptomunten bezat, moet je die aangeven onder ‘overige bezittingen’ in box 3. Bij de aangifte geldt de waarde van je munten op 1 januari 2018. De koers lag toen een stuk hoger dan nu, maar daar heeft de fiscus geen boodschap aan.