Volledig scherm
© ANP XTRA

Benzine bijna euro duurder dan 10 jaar terug

De consument betaalt nu bijna een euro meer voor een liter benzine dan 10 jaar geleden, ofwel een stijging van 80 procent. Eind 2001 was de adviesprijs 1,05 euro per liter en woensdag werd de recordhoogte van 1,887 euro bereikt. Dat zegt marktanalist Paul van Selms van consumentencollectief UnitedConsumers.

De grootste boosdoener van de hoge benzineprijs is volgens hem de Nederlandse overheid. Van Selms wijst erop dat het grootste deel van een liter benzine (57 procent, ofwel ruim 1 euro) nog altijd bestaat uit belasting. Dat is veel meer dan de olieproducerende landen en bedrijven als Shell of Total aan een liter brandstof verdienen.

Veruit het grootste deel van de belasting is opgebouwd uit accijns. Doordat de overheid deze elk jaar aanpast aan de prijsinflatie, is er in de ogen van Van Selms een soort vicieuze cirkel ontstaan. 'Over de literprijs inclusief accijns en voorraadheffing wordt een vast percentage btw geheven. De btw-inkomsten stijgen hierdoor met de jaarlijkse accijnsverhogingen mee. Dat draagt weer bij aan de prijsinflatie, en dan begint het proces weer opnieuw', aldus de marktanalist.

Kartel
Ook van invloed op de toegenomen pompkosten zijn de regeringen van olieproducerende landen. 'Landen kunnen hard of zacht pompen. Als ze hard pompen krijgen ze snel veel dollars binnen, maar door de kraan open te zetten daalt de wereldmarktprijs. Een aantal van deze landen heeft er daarom voor gekozen binnen kartelorganisatie OPEC afspraken te maken om de prijzen stabiel hoog te houden."

Uiteindelijk blijft er relatief nog maar weinig over voor de oliemaatschappijen. Een onafhankelijke pomphouder verdient naar schatting zelfs maar een 'dik dubbeltje" aan een liter benzine. Pomphouders die pachten van een oliemaatschappij zelfs nog minder. Op sommige benzinestations proberen ondernemers daarom extra klanten te trekken door kortingen te rekenen op de eigen beperkte marge. Daardoor verdienen pomphouders volgens Van Selms vaak nog maar een paar cent per liter, waardoor zij in de toekomst wellicht moeite zullen hebben om het hoofd boven water te houden.

  1. Ik ben ontzettend blij dat er ongelijkheid is

    Ik ben ontzettend blij dat er ongelijkheid is

    Laat ik hier heel duidelijk over zijn: ik ben ontzettend blij dat er ongelijkheid is. Ik zou niet willen leven in een land waarin iedereen evenveel heeft. We zijn nou eenmaal ongelijk. Volgens psychologen bereiken we de hoogste staat van geluk terwijl we het beste uit onszelf proberen te halen. Inkomen is niet zaligmakend, maar het vooruitzicht van meer inkomen is een belangrijke drijfveer voor mensen om hun best te doen. Vraag je maar eens af waarom jij iedere dag naar je werk gaat en wat je zou doen als je het geld kreeg...precies, lekker apathisch zappen op de bank. Zonder het vooruitzicht op meer door hard te werken verdwijnt de energie die alles draaiende houdt in de wereld, ook onze levenslust. Maar daarbij zijn twee cruciale mitsen: ongelijkheid van uitkomsten stimuleert alleen als de káns op een zo hoog mogelijke plek op de sociale ladder wél gelijk is. Onbelemmerde toegang tot onderwijs en arbeidsmarkt is daarvoor een must. De tweede en misschien nog wel belangrijker is dat er procedurele gelijkheid moet zijn. De allerarmsten (ook in Nederland) moeten systematisch meer moeite doen om de gewoonste zaken in het leven te regelen. Rijke mensen en bedrijven sluizen hun vermogen met gemak uit het zicht van de belastingdienst. Zo wordt ongelijkheid onrechtvaardig.