Volledig scherm
PREMIUM
Sandra Phlippen. © Joost Hoving

De ongelijkheid die het CPB meet is de verkeerde

de week van phlippenSandra Phlippen is chef economie. Elke week behandelt ze een onderwerp dat haar opvalt in de economie.

Quote

Er is relatief weinig ongelijk­heid in besteed­baar inkomen in Nederland

Politici kunnen in Nederland niet zomaar wegkomen met mooie beloftes die ze niet waar kunnen maken. Dat komt door het Centraal Planbureau, dat iedere vier jaar weer de serieuze verkiezingsprogramma's doorrekent op economische haalbaarheid. Het kijkt of een banenplan van de PvdA ook tot structurele werkgelegenheid leidt (nee, doet het niet) en of het betaalbaar is (ja, dat wel). Sinds donderdag voegt het CPB daar iets aan toe: vergroot of verkleint een partijprogramma de ongelijkheid tussen hoge en lage inkomens?

Een logische stap zou je denken, eigenlijk vreemd dat ze daar nu pas naar kijken. Toch is die stap helemaal niet zo logisch. Want de ongelijkheid die het CPB meet, is de verkeerde ongelijkheid! Er is relatief weinig ongelijkheid in besteedbaar inkomen in Nederland en er is ook weinig veranderd in de laatste twintig jaar. We kennen hier geen Amerikaanse toestanden. De topinkomens zijn sinds de jaren negentig nauwelijks toegenomen.

Is ongelijkheid dan geen probleem? Dat zeker wel! De ongelijkheid waar dringend iets aan moet gebeuren, is de ongelijkheid tussen mensen zonder zekerheid en mensen met zekerheid. Er is geen land in Europa waar die twee groepen zo ver uit elkaar liggen. Mensen met een vaste baan, hebben niet alleen een stabiel inkomen, ze hebben vaker ook een koophuis met lage hypotheeklasten, een auto van de zaak, een volledige arbeidsongeschiktheidsverzekering en - als ze uitgewerkt zijn - een prima aanvullend pensioen bovenop hun AOW.

De mensen zonder zekerheid zijn relatief jong, zitten op een tijdelijk contract, of zijn zzp'er tegen wil en dank. Deze mensen komen uit zichzelf niet aan een hypotheek, lopen vaak onverzekerd rond en wat misschien nog wel het ergste is: ze spijkeren hun vaardigheden niet bij. In een wereld waarin veranderingen steeds sneller gaan, raak je zonder constant bijleren snel achterop. Daardoor wordt je onzekerheid weer groter.

Het Centraal Planbureau weet dit allemaal al lang, maar waarom kiest het dan toch voor het meten van die 'verkeerde' inkomensongelijkheid? Ik vroeg het aan CPB-directeur Laura van Geest. Haar antwoord: ,,Partijen die hun plannen betalen door mensen op water en brood te zetten worden zo afgestraft.'' Op zich een goed argument maar wie ontmasker je daarmee? Juist, alleen VNL en een beetje de VVD.

Veel belangrijker is dat we weten dat partijen alles proberen om goed uit de CPB-berekeningen te komen. Ze sturen op een goede 'score' qua inkomensongelijkheid. Daarmee pakken de partijen het verkeerde probleem aan. Uiteindelijk zijn partijen natuurlijk zelf verantwoordelijk voor hun plannen, maar in verkiezingstijd zijn het net kinderen of bankiers: ze doen waarvoor ze beloond worden. Als het CPB de grootste 'bonus' zet op het grootste probleem - de ongelijkheid in zekerheid - dan zul je zien dat de partijen alles zullen proberen om dat probleem op te lossen: een eerlijkere verdeling van zekerheid.

  1. Stikstofprobleem gijzelt woningbouw: huizentekort loopt verder op

    Stikstof­pro­bleem gijzelt woningbouw: huizente­kort loopt verder op

    Het aantal vergunningen voor woningbouw neemt af. De reden: de schadelijke stikstofuitstoot bij de bouw die natuurgebieden kan beschadigen. Bouwprojecten staan sinds een uitspraak van de rechter over het Nederlandse stikstofbeleid op losse schroeven, waardoor voorlopig lang niet genoeg nieuwe huizen worden gebouwd om de woningnood op te lossen. ,,Dit gaat helemaal mis”, zegt Jan Fokkema namens projectontwikkelaars.