Volledig scherm
2017-10-11 12:45:14 DEN HAAG - Minister Jeroen Dijsselbloem van Financien in de plenaire zaal van de Tweede Kamer tijdens een vergadering. De PvdA-minister verlaat de Tweede Kamer over twee weken. ANP MARTIJN BEEKMAN © ANP

Dijsselbloem: Te veel gevraagd van de Grieken, het is geen succesverhaal

,,Het is geen succesverhaal. We hebben qua hervormingen te veel gevraagd van de Grieken." Dat zegt voormalig Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem die vanavond in Nieuwsuur terugblikt op de aanpak van de Griekse financiële crisis.

Dijsselbloem, vijf jaar lang de voorzitter van de Eurogroep (bestaande uit de ministers van Financiën van de eurozone) beschouwt de aanpak van de Griekse crisis niet als een succes: ,,Het dal waar Griekenland doorheen is gegaan, is zo diep geweest, dat je het geen succes kan noemen."

Hervormingsprogramma's

Ook plaatst de PvdA'er achteraf vraagtekens bij de hoeveelheid hervormingsprogramma's die de Grieken moesten doorvoeren. ,,We weten ook in Nederland hoe moeilijk het is om overheidshervormingen door te voeren. We hebben enorm veel gevraagd van de Grieken aan die hervormingskant, te veel. Als je een goed functionerend ambtelijk apparaat hebt, dan is het al moeilijk. Maar daarvan was in Griekenland natuurlijk geen sprake."

Griekenland kampte vanaf 2009 met enorme begrotingstekorten. De financiële steun om dat op te lossen is gestopt en sinds kort is het land definitief uit het Europese noodprogramma. Sinds 2010 heeft het land 273,7 miljard euro aan gunstige leningen ontvangen, waarvan 241,6 van de eurolanden en 32,1 van het Internationaal Monetair Fonds.

3,2 miljard terugbetalen

Twee weken geleden werd duidelijk dat Griekenland vanaf 2020 de 3,2 miljard euro die van Nederland werd geleend, terugbetaalt. Athene heeft daartoe toe 2041 de tijd, zo schreef het ministerie van Financiën. Het geld kwam niet uit de schatkist, maar werd door Nederland opgehaald op de financiële markten en doorgeleend aan Griekenland.

De rente die Nederland over het bedrag ontvangt moet oplopen van 2,9 miljoen euro dit jaar naar ruim 20 miljoen in 2020 en bijna 30 miljoen in 2021, volgens schattingen gebaseerd op renteramingen van het Centraal Planbureau.