Volledig scherm
Horeca in de Rotterdamse Witte de Withstraat. © Marco De Swart

Explosieve stijging horeca: ‘Overkill verzwakt steden’

De afgelopen tien jaar is het aantal horecazaken in Nederland explosief toegenomen. In de 17 grootste steden steeg het het aantal horecapanden tussen 2009 en 2019 met gemiddeld 21 procent. Met Rotterdam (+50 procent) en Den Haag (+40 procent) als uitschieters. Volgens Koninklijke Horeca Nederland is het de hoogste tijd de wildgroei aan te pakken. 

In Nederland staan nu 43.000 horecazaken geregistreerd, becijferden Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en Locatus. KHN concludeert dat in steeds meer gebieden sprake is van overaanbod en wil dat gemeenten en provinciebesturen ingrijpen. 

,,Vooral in de binnensteden is sprake van wildgroei. De afgelopen tien jaar zijn er in ons land ruim vijfduizend lunchrooms, eetcafés, restaurants, hotels en fastfoodzaken bijgekomen. Dat komt onder andere doordat gemeenten leegstaande winkelpanden vaak direct vullen met horeca’’, aldus KHN-voorzitter Robèr Willemsen. 

Volgens hem wordt horeca door gemeenten te vaak gezien als wondermiddel voor een leegstaand winkelpand of als snelle bijverdienste voor teruglopende detailhandelomzetten. ,,Het gevolg is dat er in sommige binnensteden een overkill aan horeca ontstaat. Dit leidt niet tot sterkere, maar juist tot zwakkere steden. Want de totale omzet van die stad moet door meer horecaondernemers worden verdeeld. Mensen gaan echt niet twee keer lunchen of uit eten op één dag. Het is dan ook wachten op de volgende economische tegenwind om de gaten in de winkelstraat weer te zien ontstaan. Er zijn ook in deze tijden van economische voorspoed ondernemers die mede vanwege het te ruime aanbod de deuren van hun zaak moeten sluiten.’’

Scheve verhouding

In een aantal gemeenten wordt de discussie over de groei van horeca al gevoerd. Zo wordt in Utrecht, Rotterdam en Apeldoorn geprobeerd overaanbod te voorkomen. Willemsen vraagt niet alleen gemeenten, maar ook provinciebesturen stelling te nemen om te voorkomen dat de verhoudingen verder scheef groeien. ,,Er is nog ruimte voor groei, maar dan moeten we wel goed nadenken over de plekken waar dit kan. We zijn allemaal zo lyrisch over bruisende binnensteden, maar de markt raakt verzadigd. En voor de bewoners van de stadscentra is het op een gegeven moment ook genoeg.  Extra horeca zorgt voor extra druk op de leefbaarheid.’’

Quote

Zeker als beginnende horecaon­der­ne­mer is het knokken geblazen, zelfs in de Witte de Withstraat

Cornel Wink, eigenaar café De Zondebok & 't Zwarte Schaap

Rotterdam voert de lijst aan van steden met de grootste toename van horecapanden in het centrum. In tien jaar tijd kwamen er honderden zaken bij. Een van de bekendste ‘horecastraten’ is de Witte de Withstraat. Dit gebied onderging de afgelopen 10 jaar een metamorfose en inmiddels struikel je over wijnbarretjes, fastfoodzaken, restaurants en ouderwetse kroegen. Het is er altijd druk. 

‘Opening soon: chocolate boutique café Florentina’, meldt een aanplakbiljet. Er komt dus nog meer bij. ,,Zeker als beginnende ondernemer is het knokken geblazen, zelfs in de Witte de Withstraat’’, vertelt Cornel Wink. Hij runt onder meer café De Zondebok & 't Zwarte Schaap. ,,Ik ga niet zeggen dat het slecht gaat met de horeca in Rotterdam, maar de verhalen dat de bomen tot in de hemel groeien, kloppen niet meer. Vorig jaar kwamen er maar liefst 116 horecazaken bij in de stad, 116! Gezonde concurrentie is prima, maar ook al heb je nog zo'n goede zaak, je hebt dan wel heel veel bezoekers nodig om iedereen een goede boterham te laten verdienen. Het houdt een keer op.’’

Strenger

Als het aan Wink ligt, wordt de gemeente Rotterdam strenger bij het verstrekken van nieuwe vergunningen. ,,Bij ons in de straat is er nu een zogeheten consolidatiebeleid. Dat betekent dat er geen extra zaken bij mogen komen, alleen als er eentje stopt mag dit door een nieuw horecabedrijf worden opgevuld. Dat is op zich oké, maar voor nieuwe hotels zijn er weer uitzonderingen en ja, die verkopen ook drankjes en serveren ook maaltijden.’’

Een woordvoerder van de gemeente Rotterdam laat weten dat de vraag naar horeca de laatste jaren is gestegen en dat het aan de markt is om daar invulling aan te geven. ,,Wij proberen er met ons huidige beleid voor te zorgen dat het aanbod in balans is. Het scheelt nogal of we een aanvraag binnenkrijgen voor een lunchtentje of een nachtcafé. Daarnaast speelt bij ons de veiligheid en leefbaarheid van de omwonenden een zware rol. Via ons horecagebiedsplan geven we daar richting aan.’’ Iris Wulffraat van eetcafé Opa, sinds 1993 gevestigd aan de Witte de Withstraat, meldt dat ook in Rotterdam de horecamarkt is verzadigd. ,,Vorig ging er minstens één eettentje per week open en dit jaar gaat er bijna iedere week weer eentje dicht. Om leegstand te voorkomen, is het wellicht een idee om de bestemming te veranderen in wonen. Daar is zeker in een stad als Rotterdam nog wel behoefte aan.’’

Toename horecapanden in 10 grote winkelgebieden in percentages (periode 2009-2019)
1.Rotterdam: 50 procent,  2. Den Haag: 40 procent, 3. Eindhoven: 34 procent, 4. Breda (31 procent), 5. Utrecht (30 procent), 6. Alkmaar (30 procent), 7.Nijmegen (21 procent), 8. Leiden (21 procent), 9.Haarlem (20 procent), 10. Groningen (19 procent). 

Groei horecapanden per provincie in percentages:
1.Flevoland (35 procent), 2. Utrecht (28 procent), 3. Noord-Holland (21 procent), 4. Zuid-Holland (17 procent), 5. Overijssel (11 procent), 6. Noord-Brabant (10 procent), 7. Gelderland (9 procent), 8. Groningen (8 procent), 9. Drenthe (8 procent), 10. Friesland (5 procent), 11. Zeeland (5 procent) en op 12e en laatste plaats Limburg met 0 procent.  

  1. ‘Hypotheekadviseur vangt geld voor doorverwijzen klant naar energieverkopers’

    ‘Hypotheek­ad­vi­seur vangt geld voor doorverwij­zen klant naar energiever­ko­pers’

    Hypotheekadviseurs krijgen geld van commerciële partijen als keukenboeren, installateurs van zonnepanelen en energiebedrijven voor elke nieuwe klant die zij aanbrengen. Die vergoeding kan van een paar tientjes oplopen tot honderden euro’s. De eigen beroepsorganisatie van hypotheekadviseurs, de Nederlandse Vereniging van Hypothecair Planners (NVHP), trekt hierover aan de bel: ,,Klanten hebben vaak geen idee.’’