Volledig scherm
Portret van Sandra Phlippen voor haar column in de zaterdagkrant. Foto Joost Hoving © Joost Hoving

Gemeenten weten steeds meer over ons, maar laten zichzelf niet in de kaart kijken

DE WEEK VAN PHLIPPENSandra Phlippen is universitair docent aan de Erasmus School of Economics en voormalig chef economie bij deze krant. Elke week behandelt ze een onderwerp dat haar opvalt in de economie.

Kerkrade gebruikt computermodellen om te voorspellen in welke straten mensen zich het eenzaamst voelen. Utrecht kijkt naar 65.000 mensen op Facebook om hangjongeren te bespieden. Ook Almere, Dordrecht en Zwijndrecht stapelen vele data over hun inwoners om straten aan te kunnen wijzen waar de kans op leefbaarheidsproblemen groot zijn. NRC vroeg gemeenten vorige week naar hun gebruik van computermodellen bij het maken van beleid. Vrijwel alle gemeenten zijn ermee bezig.

Deze ontwikkelingen zijn nieuw. De data waren er al, maar door de toevoeging van kunstmatige intelligentie worden die data ook bruikbaar voor waanzinnige mogelijkheden voor beter beleid. Als gemeenten veel preciezer weten waar zich welke problemen voordoen, dan kunnen agenten, opbouwwerkers en de verplegers van het wijkteam zich op die plekken concentreren. Gemeenten kunnen zo meer doen voor de burger met minder middelen.

Daar zit wel een vette keerzijde aan. De verbeteringen ontstaan doordat gemeenten straks tot in het kleinste detail achter onze voordeur kijken. Google-, Facebook-, WhatsApp- en Twitterdata, het gaat allemaal in de mix van de computermodellen. De overheid wordt zodoende zelf ook steeds afhankelijker van de techreuzen die zij sinds een jaar probeert een kopje kleiner te maken.

Los daarvan is er een privacyprobleem. Het enige wat gemeenten volgens onze privacy-beschermheer Aleid Wolfsen hoeven te doen, is transparant zijn over welke data zij over ons leven gebruiken. Maar wat heb ik aan het recht op inzage in wat begint te lijken op een Stasi-dossier uit het oude Oost-Duitsland? Transparantie betekent doorzichtigheid en dat gaat twee kanten op: de overheid die naar mij kijkt én ik die naar de overheid kijk. Transparantie is geen leeg modewoord en ook geen vrijbrief om te doen wat je wilt. Transparantie moet mee zorgen voor machtsgelijkheid, doordat alle partijen van elkaar kunnen zien wat hun gedrag drijft.

Dus willen we geen agent voor de deur die zegt: ,,In uw straat is de kans op overlast het grootst, en dus pakken we u alvast aan.'' Data kunnen gemeenten veel voorwerk besparen, maar de laatste stap naar de burger moet een individuele afweging zijn. Van mens tot mens. Een agent moet kunnen uitleggen waarom nou net deze straat uit de computer kwam gerold als 'geeft grote kans op overlast'.

En als we dan toch bezig zijn met gelijk oversteken: ik wil ook wel weten welke belangen en lobby's door de wethouder zijn gehoord bij zijn beleid. Of wat dacht je van een leesbaar overzicht van hoeveel geld waaraan besteed is en of het effectief was. Dat laatste komt nu goeddeels op de schouders van een onderbemande rekenkamer terecht. Daar controleren ze het beleid nog houtje-touwtje met een steekproef. Laat kunstmatige intelligentie ook daar zijn heilzame werk doen, dan steken we gelijk over, gemeente!