Volledig scherm
© ANP

Huishoudens bezorgd over energienota

Bijna 20 procent van de Nederlandse huishoudens maakt zich zorgen over de vraag of de energierekening nog wel is te betalen. Door stijgende energiekosten verwacht één op de vijf huishoudens op andere uitgaven te moeten bezuinigen. Dat blijkt uit maandag gepubliceerd onderzoek van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal.

Net niet de helft (44 procent) geeft aan niet te weten of ze eind dit jaar moeten bijbetalen of juist geld terugkrijgen. Dat aantal is nog hoger onder huurders (49 procent) en lagere inkomens (53 procent). Het onderzoek is uitgevoerd onder 1038 huishoudens door onderzoeksbureau GfK.

Zo'n 81 procent geeft aan er serieus werk van te willen maken om het verbruik omlaag te krijgen. Mensen denken dan vooral aan minder warm water gebruiken en zuinigere apparaten te kopen.

Om mensen beter inzicht te geven, begint Milieu Centraal maandag - samen met onder meer de Vereniging Eigen Huis en de Nederlandse Woonbond - de Week van de Energierekening. Huishoudens kunnen onder meer via internet checken of hun verbruik hoog of laag is, krijgen tips en kunnen meedoen aan acties om energie te besparen.

  1. Ik ben ontzettend blij dat er ongelijkheid is

    Ik ben ontzettend blij dat er ongelijkheid is

    Laat ik hier heel duidelijk over zijn: ik ben ontzettend blij dat er ongelijkheid is. Ik zou niet willen leven in een land waarin iedereen evenveel heeft. We zijn nou eenmaal ongelijk. Volgens psychologen bereiken we de hoogste staat van geluk terwijl we het beste uit onszelf proberen te halen. Inkomen is niet zaligmakend, maar het vooruitzicht van meer inkomen is een belangrijke drijfveer voor mensen om hun best te doen. Vraag je maar eens af waarom jij iedere dag naar je werk gaat en wat je zou doen als je het geld kreeg...precies, lekker apathisch zappen op de bank. Zonder het vooruitzicht op meer door hard te werken verdwijnt de energie die alles draaiende houdt in de wereld, ook onze levenslust. Maar daarbij zijn twee cruciale mitsen: ongelijkheid van uitkomsten stimuleert alleen als de káns op een zo hoog mogelijke plek op de sociale ladder wél gelijk is. Onbelemmerde toegang tot onderwijs en arbeidsmarkt is daarvoor een must. De tweede en misschien nog wel belangrijker is dat er procedurele gelijkheid moet zijn. De allerarmsten (ook in Nederland) moeten systematisch meer moeite doen om de gewoonste zaken in het leven te regelen. Rijke mensen en bedrijven sluizen hun vermogen met gemak uit het zicht van de belastingdienst. Zo wordt ongelijkheid onrechtvaardig.