Volledig scherm
Foto ter illustratie. © ANP

‘Huurders zijn slechter af dan huizenbezitters’

Huurders zijn slechter af dan huizenbezitters. Ze zijn een groter deel van hun netto-inkomen kwijt aan woonlasten én ze hebben meer moeite om een koophuis gefinancierd te krijgen. Dat blijkt uit een onderzoek van verzekeraar Nationale-Nederlanden naar de woontevredenheid van Nederlanders.

De resultaten zijn niet om over naar huis te schrijven. Althans, niet voor de gemiddelde huurder. Meer dan de helft (55 procent om precies te zijn) geeft meer dan 30 procent van zijn netto-inkomen uit aan zijn woonlasten. Bij de groep huizenbezitters gaat dat op voor een kwart (24 procent). Ook zijn huurders minder te spreken over hun leefsituatie. Zo zegt 44 procent ‘zeer tevreden te zijn’ met zijn woonomstandigheden, tegenover 69 procent van de woningeigenaren. 

Ook zeggen huurders moeite te hebben met het zetten van de ‘volgende stap in hun wooncarrière’. 62 procent heeft er weinig vertrouwen in dat hij een geschikte koopwoning vindt. De voornaamste redenen: de hoge vraagprijzen (73 procent ) én te weinig geschikt aanbod (53 procent). Buiten die hoge prijzen en het gebrekkige woningaanbod zien de huurders nog een ander struikelblok: de financiering. 

Slechts 19 procent van de huurders die wil kopen, denkt voldoende hypotheek te kunnen krijgen om een huis te kopen. Bij woningbezitters is dat aandeel fors hoger: 53 procent. Woningbezitters zien de overwaarde op hun huidig huis als groot voordeel; die denken ze te kunnen inbrengen in hun volgende huis.

De uitkomsten van dit NN-onderzoek, uitgevoerd door DirectResearch onder 1014 Nederlanders, komen nauw overeen met een onderzoek dat in juni dit jaar werd gepresenteerd: de Lokale Monitor Wonen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), 40 middelgrote steden verenigd in de G40 en de Woonbond. Daarin kwam ook naar voren dat huurders (zowel in de vrije sector als in de sociale sector) na aftrek van de woonlasten minder overhouden dan huizenbezitters met een vergelijkbaar inkomen. 

Bevestiging 

,,Dit onderzoek van NN is de zoveelste bevestiging van de enorme betaalbaarheidsproblemen in de huursector", reageert Paulus Jansen, directeur van de Woonbond, de belangenclub van huurders. Hij wijst op recente cijfers van het CBS, waaruit blijkt dat de huren de afgelopen zes jaar met gemiddeld 18 procent zijn gestegen. Dat is bijna tien procent boven inflatie. 


Hoewel huurders vaak een forser bedrag aan wonen kwijt zijn, is de kwaliteit bij koopwoningen vaak vele malen hoger. Zeker in de commerciële huursector wordt te weinig gedaan aan onderhoud en renovatie, vindt de bond. ,,Veel huurders zouden ook liever willen wonen in een koophuis, maar ze kunnen geen kant op”, concludeert Jansen. Wat hem betreft is het de hoogste tijd dat politiek Den Haag prioriteit geeft aan betaalbaar huren. ,,Er is een integrale woningmarktvisie nodig om te zorgen dat er voldoende betaalbare huur- en koopwoningen komen.” De problemen treffen starters en middeninkomens, maar bijvoorbeeld ook senioren die naar een betaalbare en geschikte huurwoning willen.  

Quote

Dit is opnieuw een bevesti­ging van de enorme problemen in de huursector

Paulus Jansen, directeur van de Woonbond

Beter lijkt het er de komende jaren niet op te worden voor huurders. Het Nibud voorspelde eerder dat huurders er de komende jaren minder hard in koopkracht op vooruit gaan dan kopers. En de huurstijgingen houden voorlopig nog wel een tijdje aan, voorspelde de directeur Jasper de Groot van verhuurplatform Pararius nog recent. 

Op basis van zijn laatste kwartaalcijfers concludeerde hij dat de huursector ook steeds meer tekenen van oververhitting begint te vertonen. Huurprijzen van nieuw te betrekken vrijesectorwoningen zijn met 5,3 procent gestegen ten opzichte van een jaar geleden. Van de vijf grootste gemeenten lopen de huurprijzen in Eindhoven en Rotterdam het hardst op. Ook buiten de Randstad zit de prijs flink in de lift.