Volledig scherm
© anp

'Internationaal treinkaartje moet gaan concurreren met budget vliegticket'

De Europese spoorwegen openen de aanval op het vliegtuig. Internationale treinen moeten op afstanden tot ongeveer 600 kilometer sneller, makkelijker en goedkoper worden dan vluchten. Hiervoor moeten grensbarrières vanaf 2018 rigoureus worden aangepakt en veiligheidssystemen beter worden afgestemd.

Dat is de strategie die brancheorganisatie European Rail Infrastructure Managers (EIM) vandaag bekendmaakt. ,,Speerpunt is komende jaren om het vliegtuig weg te concurreren", zegt ProRail-topman Pier Eringa in de Telegraaf.

Reizen met de snelle trein moet volgens EIM zeker 30 procent goedkoper worden door slimme aanpassingen aan het spoor, preventief onderhoud met behulp van sensoren, meer samenwerking van vervoerders, uitwisseling van personeel en veel betere grenscontroles op grote stations waar wordt opgestapt.

Rotterdam en Amsterdam

,,Begin volgend jaar beginnen we daar ook in Nederland mee", aldus de topman. In de steden Rotterdam en Amsterdam worden de perrons geschikt gemaakt voor paspoortcontroles en veiligheidschecks. Eenmaal gecontroleerd kunnen reizigers ongestoord het hele traject blijven zitten.

Ook het wisselen van machinist aan de grens moet volgens Eringa snel tot het verleden gaan behoren. Technisch zouden 'naadloze verbindingen' al mogelijk zijn. Het prijsverschil tussen treinreizen en budgetvliegen, dat nu in het voordeel van de vliegtuigmaatschappijen uitvalt, moet ook veranderen.

De 'meerlandentrein' is onnodig duur, de trein prijst zich zo uit de markt, meent de Prorail-topman. „Onze kosten kunnen fors omlaag. Maar we moeten qua belastingen ook eerlijker kunnen knokken met de luchtvaart. Dat is aan overheden en de Europese Commissie.”