Volledig scherm
© Thinkstock

Koffie ongezond? Juist goed voor hart, lever en hersenen

Koffietest 2015Aan koffiedrinken werden lange tijd vervelende bijwerkingen toegeschreven. Maar de Zwarte Motor is niet alleen onschuldig, hij lijkt tegen van alles en nog wat te beschermen.

Cholesterolverhogend?
In de jaren ’80 zorgde het voor krantenkoppen: koffie verhoogt het cholesterol! Het stofje cafestol in koffie kan bij sommigen inderdaad tot een iets hogere cholesterolspiegel leiden, maar zo minimaal dat onderzoekers zich afvragen of het tot meer risico op hart- en vaatziekten leidt. Al het onderzoek suggereert juist het omgekeerde.

Stevig koffiedrinken wordt geassocieerd met een verlaagd risico op:
1 diabetes
2 leverkwalen
3 hart- en vaatziekten
4 ziekte van Parkinson
5 bepaalde vormen van kanker

Ook goed voor…
Mensen met hepatitis C reageren beter op antivirale medicatie als ze die innemen met een flinke sloot koffie.

Is decaf net zo gezond? Er is nog niet veel onderzoek gedaan naar verschillen tussen cafeïnevrije koffie en gewone koffie, maar je kunt een trend signaleren. Wie specifiek aan zijn hart denkt, lijkt beter voor gewone koffie te kunnen kiezen. Cafeïnevrij scoort minder sterk op dat vlak.

Johanna Verbiest (78) uit Velsen herinnert zich de stelligheid van de dokters nog goed. ,,Toen mijn man in 1982 een hartinfarct kreeg, zeiden ze dat hij zijn koffiegebruik drastisch moest verminderen,'' vertelt ze. ,,De cardioloog was ervan overtuigd dat koffie slecht voor het hart was. We zijn toen braaf overgestapt, eerst op decaf en later op kruidenthee. Pas toen mijn man allang overleden was, hoorde ik dat koffie en hartproblemen waarschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Sindsdien geniet ik onbezorgd van mijn dagelijkse drie à vier bakjes.''

Afgaand op wetenschappelijk onderzoek doet mevrouw Verbiest daar verstandig aan. Geen van de grote, langlopende onderzoeken van de afgelopen jaren signaleert een verband tussen koffieconsumptie en de vele kwalen die eraan zijn toegeschreven. Sterker nog, de verbanden die worden gevonden, zijn omgekeerd. Noem een veelvoorkomende kwaal en koffieconsumptie lijkt ertegen te beschermen. Het lijkt zelfs te helpen tegen doodgaan. Dat wil zeggen, liefhebbers van het bruine vocht hebben over het algemeen wat minder haast.  

Rem op diabetes type 2
Met stip het meest spectaculaire omgekeerde verband wordt gevonden tussen koffiedrinken en diabetes type 2. Onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam stelden vast dat mensen die rond de zeven kopjes per dag drinken deze vorm van suikerziekte 50 procent minder vaak ontwikkelen dan mensen die geen koffie drinken. In tal van vervolgonderzoeken werd ongeveer hetzelfde gevonden en uit een meta-analyse - een studie van vele studies, met in dit ge­val 1,1 miljoen deelnemers - bleek dat dit voor zowel gewone als cafeïnevrije koffie geldt. Er is een duidelijk dosis-responseffect: hoe meer koffie een groep drinkt, hoe minder diabetes er optreedt. Vermoedelijk beschermt chloro­geenzuur, een van de vele wonderlijke stofjes in de koffieboon, de alvleesklier en de lever tegen processen die de bloedsuikerhuishouding ontregelen. Het heeft bovendien het vermogen om overtollig ijzer in het lichaam af te voeren. De enige andere manier om van ijzeroverschot af te komen, is bloed geven. Bloeddonoren le­ven gemiddeld vijf jaar langer dan niet-­gevers.  

Minder levercirrose
Het heeft er alle schijn van dat koffie een waar levertonicum is. Van mensen met een vervette lever die veel koffie gaan drinken, verbeteren de leverwaarden; een teken dat het ziekteproces wordt afgeremd en het risico op onomkeerbare levercirrose daalt. Bij mensen die al levercirrose hebben, wordt stevige koffieconsumptie geassocieerd met een fors verlaagd risico op leverkanker, een niet ongewone complicatie van cirrose. Uit bevolkingsonderzoeken blijkt dat koffiedrinkers minder vaak darmkanker krijgen. Het zou kunnen dat ze allerlei andere dingen anders doen dan mensen die geen koffie drinken en dat die andere dingen verantwoordelijk zijn voor het effect. Maar stevige koffiedrinkers leven over het algemeen juist wat ongezonder dan koffiemijders. Ze roken bijvoorbeeld vaker. Dat maakt het waarschijnlijker dat iets in koffie tegen darmkanker beschermt.

Onlangs toonden Ween­se onderzoekers aan dat de stoffen kahweol en cafestol het DNA beschermen tegen kankerverwekkers in voeding. Bovendien laat de stof methylpyridinium het lichaam  antikanker-enzymen aanmaken. Methylpyridinium ontstaat tijdens het branden van de bonen.  

Gewenning
Zijn er dan helemaal geen nadelen? Toch wel. Om te beginnen leidt regelmatige inname van cafeïne tot gewenning. Wie plotseling stopt, heeft een dag of drie last van hoofdpijn, sloomheid en een niet al te vrolijk humeur. Daarnaast kunnen mensen met een al bestaande aanleg voor een angststoornis door koffiegebruik over het randje worden geduwd. Ze ontwikkelen onder stress een paniekaanval die ze zonder koffie niet zouden krijgen. Sommige angstpatiënten genezen na het stoppen met koffie volledig, anderen zien echter geen verbetering. Tenslotte zijn er mensen die al na één of twee kopjes koffie last krijgen van een gejaagd gevoel, trillende handen en klam zweet. Cafeïne wordt in de lever afgebroken door het enzym CYP1A2. Hoe efficiënt dit enzym werkt, is genetisch bepaald. Sommige mensen zijn van nature langzame cafeïne-afbrekers. Bij hen loopt de concentratie cafeïne in het bloed na het drinken van koffie hoger op dan bij anderen, terwijl het langer duurt voor het cafeïnepeil zakt. Het zijn vooral deze langzame cafeïneverwerkers die last kunnen hebben van koffie.  

Bakerpraatje
Die pepfactor in ons bakkie troost, cafeïne, lijkt anderzijds grotendeels verantwoordelijk voor de gunstige effecten die koffie lijkt te hebben op de hersenen. Koffieleuten hebben 60 tot 80 procent minder risico op de ziekte van Parkinson, vermoedelijk omdat cafeïne de dopamineproducerende cellen in de hersenen stimuleert. Dit lijkt ook deels de bescherming te verklaren die koffie biedt tegen Alz­heimer, al zijn er onderzoekers die vermoeden dat dit komt door de anti-diabeteswerking. Alzheimer wordt immers steeds vaker diabetes type 3 genoemd. En die hartritmestoornissen? Als je naar de wetenschap kijkt, blijkt ook dit een bakerpraatje. Na het drinken van koffie wordt de hartslag zelfs iets trager. Uit grote overzichtsstudies blijkt dat koffieconsumptie geen invloed heeft. Sterker nog, koffiedrinkers hebben een verlaagd risico op boezemfibrilleren, de meest voorkomende hartritmestoornis.

Even terug naar mevrouw Verbiest: in recent onderzoek onder meer dan een miljoen mensen deden zich de minste hartinfarcten voor in de groep die drie tot vijf koppen koffie per dag dronk. Als koffie was uitgevonden door een farmaceutisch bedrijf, zouden we het voor een vermogen bij de apotheek moeten kopen.