Fred Martijn, kroegbaas van biljartcafé De Pomerans in Leiden.
Volledig scherm
Fred Martijn, kroegbaas van biljartcafé De Pomerans in Leiden. © AD/Marco Okhuizen

Kroegbazen halen asbakken onder veel gemopper van tafel

Kroegbazen reageren boos, maar gelaten op het vernieuwde rookverbod in kleine cafés dat staatssecretaris Van Rijn dinsdag per direct afkondigde. Slechts een enkeling durft de asbakken nog te laten staan. 'Je reinste onbehoorlijk bestuur is het!'

'Ik hoop dat ik de dans ontspring en niet failliet ga.' Morrend heeft  Fred Martijn, bijna twintig jaar eigenaar van het oer-Leidse café De Pomerans, de asbakken van tafel gehaald. Op de sigarettenautomaat bij de ingang heeft hij een nieuwsbericht uit het Leidsch Dagblad geplakt. Om de vaste gasten te waarschuwen. 'Ik ontving 3 jaar geleden al een reprimande van de NVWA en die blijft gewoon staan, zeiden de controleurs. Als ik weer betrapt wordt kost me dat meteen 600 euro.'

Toch gaat hij het roken niet verbieden. '80 Procent van mijn vaste gasten steekt graag een sigaretje op. Bovendien wordt bij mij biljartcompetitie gespeeld en vrijwel alle spelers roken. Net als de mensen die hier komen spelen op mijn fruitautomaten.' Hij is boos op Den Haag. 'Dan mag roken niet, dan weer wel, dan niet, het is een besluiteloze zooi', moppert hij. 'Van Rijn zwicht gewoon voor die sneue club Clean Air Nederland.'

In café 't Leidsch Glibbertje, gelegen op een steenworp afstand van de monumentale Morspoort, blijven de asbakken wél op tafel. Nog even dan, want binnen zijn de eerste contouren van een rookruimte zichtbaar. 'Afgelopen jaren hebben we stug doorgerookt, we zijn nooit gecontroleerd. Maar nu is er geen ontkomen aan', verzucht de kroegbaas. Probleem is dat de rookruimte pas vlak voor het nieuwe jaar gereed is. Aanvankelijk zou het verbod pas op 1 januari weer voor kleine kroegen gelden. 'En dan voert Van Rijn het zomaar opeens in. Je reinste onbehoorlijk bestuur is het', foetert hij.

En zo moet de politiek het in elke eenmanskroeg flink ontgelden. Zoals bij Van Melzen waar de asbakken meteen zijn weggehaald. Alleen buiten staan er nog twee. 'Het is triest, maar ze gaan nu als gekken controleren', verwacht de zoon van eigenaar Willem van Melzen. Het café zal de storm wel overleven. 'De zaak is al sinds 1916 in onze familie.'

Verzet
Het geklaag ten spijt lijkt het verzet in de Sleutelstad, in 2008 en de jaren erna nog een bastion van tegenstand, gebroken. Cafébazen zijn murw gebeukt. 'Het grootste deel van de horeca is nu rookvrij', schat Bas Regeer van café De Valk. Eerder lanceerden Leidse kroegbazen nog vol bravoure een sms-kliksysteem. Zodra een controleur ergens opdook, waarschuwde men elkaar. De verzetsdaad haalde alle kranten.

Symbool van de nieuwe realiteit is café Van Hout aan de Korevaarstraat. Tot 2013 heette het Ons Cafeetje en haalde eigenaresse Marina Bosman met haar strijd tegen het rookverbod de landelijke media. Uiteindelijk moest ze haar verzet staken: door rookboetes en gedaalde omzet kon ze de huur niet langer voldoen aan biergigant Heineken.

De nieuwe uitbater Mark Snijers heeft de asbakken echter rigoureus verwijderd en ziet het probleem niet. 'Mijn gasten vinden het juist prettig dat er binnen niet gerookt mag worden. Dat levert ook nieuwe klandizie op. Een sigaret opsteken kunnen mensen buiten doen. De kroegroker is een uitstervend ras geworden.' Hij is de enige kroegbaas niet die tijdens de kroegentocht van deze krant erkent, vaak schoorvoetend, dat de mores zijn veranderd.

Te klein
Die optie heeft eigenaar Fred Martijn van café Pomerans echter niet, claimt hij. Wijzend naar het interieur van zijn zaak: 'Ik kan geen rookruimte bouwen, daar is m'n café véél te klein voor. En ik wil mijn keuken of opslagruimte ook niet opgeven.'