Volledig scherm
© Shutterstock

Medicijnprijzen rijzen de pan uit: er komen alleen maar duurdere middelen bij

De kosten voor medicijnen dreigen te exploderen de komende jaren. Er komt een stroom nieuwe dure geneesmiddelen aan. Goed voor de patiënt, maar hoe houden we de kosten in de hand?

Zo’n 6 miljard euro per jaar geven we uit aan medicijnen. Serieus geld, dus is het zaak de kosten in de hand te houden. Voor het overgrote deel van de voorgeschreven geneesmiddelen lukt dat prima. Driekwart zijn zogenoemde generieke geneesmiddelen, waarop geen patent meer is. Die mogen door alle fabrikanten worden gemaakt en verkocht, en zijn daardoor goedkoper. Daar wordt in totaal 1,5 miljard euro per jaar aan uitgegeven.

Die middelen worden ingekocht door de zorgverzekeraars. Zodra een middel uit het patent loopt, weten de verzekeraars de prijs met 80 tot 90 procent omlaag te krijgen. Ook voor veelgebruikte medicijnen waar nog patent op zit, geldt een prijsplafond. Nederland betaalt de gemiddelde prijs die in vier andere Europese landen wordt betaald voor die geneesmiddelen. In totaal is op deze middelen al 2,5 miljard euro bespaard.

Merkloze versus gepatenteerde medicijnen

Zo goed als het gaat met de kostenbeheersing bij merkloze middelen, zo moeizaam gaat het bij de gepatenteerde middelen, de zogenoemde specialités. Deze middelen slokken driekwart van het budget op. En de komende jaren komen er veel nieuwe dure middelen aan.

Tot een paar jaar geleden zat er eigenlijk geen rem op deze medicijnen. Als ze waren goedgekeurd en toegelaten kwamen ze automatisch in het pakket terecht. Geneesmiddelen die tot wel 500.000 euro per jaar per patiënt kunnen kosten. Daarom voerde het Kabinet een zogenoemde sluis in voor nieuwe geneesmiddelen: ze worden pas toegelaten nadat er overeenstemming is bereikt over de prijs.

Onderhandelen

Quote

Als je niet wilt betalen wat de fabrikant vraagt, verkopen ze het middel gewoon niet in Nederland

Guus Schrijvers, Gezondheidseconoom
Volledig scherm
© Mark Reijntjens

Zeven ambtenaren op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport zijn verantwoordelijk voor de prijsonderhandeling. Ambtenaren die hun gewicht in goud meer dan waard zijn. De afgelopen jaren hebben ze al voor 200 miljoen euro kosten bespaard door de prijs van de medicijnen omlaag te onderhandelen.

Een flinke som geld, maar marginaal op de totale kosten van 4,5 miljard euro voor deze nieuwe geneesmiddelen. Gezondheidseconoom en oud-hoogleraar Guus Schrijvers ziet ook geen grote besparingen in het verschiet liggen als het om de prijs gaat. ,,Fabrikanten zijn monopolist met die nieuwe geneesmiddelen. Daar moet je als overheid dan mee onderhandelen. Als Nederland heb je weinig macht. Als je niet wilt betalen wat de fabrikant vraagt, verkopen ze het middel gewoon niet in Nederland."

Dat probleem kan alleen Europees worden aangepakt, denkt Schrijvers. ,,Maar dat gebeurt niet. Frankrijk en Duitsland hebben allebei grote farmaceutische bedrijven en die landen willen geen Europese regels."

Maximaal 80.000 euro per levensjaar

Quote

Als een patiënt een gezicht krijgt op tv, is er geen enkele partij die nog zegt: dat middel is te duur

Guus Schrijvers, Gezondheidseconoom

Officieel is er een richtlijn dat een medicijn 80.000 euro per gewonnen levensjaar per patiënt mag kosten. ,,Dat soort kostenbeperking werkt als de patiënten anoniem zijn. Maar als een patiënt een gezicht krijgt op tv is er geen enkele partij in het parlement die zegt: dat middel moeten we niet toelaten omdat het te duur is", zegt Schrijvers.

Afgelopen maand werd bekend dat het middel Spinraza tegen de zeldzame spierziekte SMA vergoed gaat worden voor kinderen tot negen jaar. Aanvankelijk vroeg de fabrikant 500.000 euro per patiënt voor het eerste behandeljaar en 250.000 euro voor de jaren daarna. ,,Dat is nu tot een aanvaardbaar bedrag teruggebracht", laat minister Bruins van Volksgezondheid weten.

Wat de vergoeding nu is, wordt niet bekendgemaakt. Schrijvers ziet dat vaker. ,,Die limiet van 80.000 euro maximaal wordt vaker niet gehaald. Het is meestal op verzoek van de minister dat de prijs niet openbaar wordt gemaakt."

Schrijvers vraagt zich af of de overheid wel zo op de prijs moet letten. ,,We spreken over een nieuwe generatie geneesmiddelen. Die zijn altijd duur in het begin. Op termijn komen er meer middelen en dan dalen de prijzen."

De oud-hoogleraar denkt dat er meer te besparen valt door effectief voorschrijven. Nu blijken nieuwe geneesmiddelen in de praktijk lang niet bij alle patiënten te werken. ,,Laat een onafhankelijke indicatiecommissie in twee academische ziekenhuizen daarover beslissen. Wie krijgt het wel en wie niet? Door het onderzoek op een paar plekken te concentreren wordt snel duidelijk voor welke patiënt het middel wel werkt en voor wie niet."

Andere mogelijkheden zijn
no cure no pay-afspraken. De fabrikant krijgt alleen betaald als het middel effectief is. Als de patiënt er geen baat bij heeft, wordt het niet vergoed.

De slimme bespaartruc van minister Bruins

Minister Bruins (Volksgezondheid) heeft nog een aardige besparingsmogelijkheid bedacht. Nu betaalt Nederland aan farmaceuten het gemiddelde van de prijzen in Frankrijk, België, Groot-Brittannië en Duitsland, de zogenoemde referentielanden. Maar Duitsland kent hoge medicijnenprijzen. Door dat land te vervangen door Denemarken, Zweden of Noorwegen, goedkopere landen, kan er zo 160 miljoen euro op de uitgaven worden bespaard.

Daar profiteren niet alleen de Nederlandse premiebetalers van. Nederland is op zijn beurt referentieland voor vijftien andere Europese landen. Een lagere prijs hier werkt prijsverlagend in vijftien andere landen.

Schrijvers ziet nog meer besparingsmogelijkheden. ,,We moeten nadenken of we niet te veel slaapmiddelen en pijnstillers in het pakket hebben." De prijs naar beneden krijgen is mooi, maar als middelen op uitgebreide schaal worden voorgeschreven valt daar ook te besparen.

Bekijk ook een college van de Universiteit van Nederland over de prijs van medicijnen: