Volledig scherm
© anp

Mensen kunnen vaak pas veel later met pensioen dan ze denken

Mensen schatten hun pensioenleeftijd veel te optimistisch in. De laatste loodjes zijn daarom extra zwaar. Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (Nidi).  

De pensioenleeftijd - de eerste keer dat mensen in aanmerking komen voor AOW - schuift al jaren op, maar het kwartje lijkt maar niet te vallen, zegt Kène Henkens, een van de onderzoekers van het Nidi. Nu krijgen mensen vijf jaar vóór hun pensionering duidelijkheid over de datum waarop ze met pensioen kunnen. ,,Dat is erg laat’’, vindt Henkens. Extra wrang: de duidelijkheid leidt vaak tot teleurstelling en boosheid. ,,Uit ons onderzoek blijkt dat mensen gemiddeld twee tot drie jaar eerder met pensioen denken te kunnen gaan dan ze werkelijk kunnen.’’

Mensen zijn vooral boos omdat ze het idee hebben dat de finish steeds verder wordt gelegd. Vooral bij mensen met zware beroepen, die vaak al op jonge leeftijd zijn gaan werken, hakt dat er in. Ze hebben al grote moeite de pensioenleeftijd te halen en als die dan ook steeds later ligt, neemt de onvrede verder toe. Bij hogeropgeleiden is de boosheid veel minder groot.

De uitkomsten van het onderzoek verbaasden Henkens. ,,In 2015 deden we dit onderzoek voor het eerst. Toen was de kennis over de AOW-leeftijd niet groot. Maar de afgelopen jaren is er veel publiciteit geweest. Mensen weten nu wel dat de leeftijd stijgt, maar met hoeveel en hoe snel is de meesten niet bekend.’’

Mensen die nu op hun pensioenoverzicht kijken, zien dat de AOW-leeftijd 67 jaar en drie maanden is. ,,Mensen onthouden die eerste leeftijd. Als ze er later achterkomen dat de AOW-leeftijd weer verder is gestegen, is dat vaak een onaangename verrassing.”

Levensverwachting

In de huidige systematiek is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Hoe ouder we worden, hoe later we met pensioen kunnen. Een twintigjarige van nu zal waarschijnlijk moeten werken tot zijn 73ste. Henkens pleit ervoor de verhoging van de AOW-leeftijd anders vorm te geven. ,,Laat die bijvoorbeeld elk jaar met een maand stijgen. Of geef duidelijke grenzen aan: in 2030 is de AOW-leeftijd zo hoog en in 2040 zo hoog. Dan weten mensen waar ze aan toe zijn.’’

Bonden, werkgevers en minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken praten morgen verder over een nieuw pensioenakkoord. De AOW-leeftijd ligt daarbij nadrukkelijk op tafel. De vakbonden willen af van de koppeling met de levensverwachting. Nu betekent elk jaar langer leven een jaar langer werken en dat vinden de bonden onrechtvaardig. Ze willen ook dat de AOW-leeftijd tijdelijk wordt verlaagd tot 66 jaar. Dat is vooral belangrijk om mensen met zware beroepen eerder met pensioen te laten gaan.

Een geleidelijke verhoging van de pensioenleeftijd is voor de bonden pas bespreekbaar als er een regeling komt dat mensen met zware beroepen eerder kunnen stoppen. Koolmees heeft al aangegeven de bonden tegemoet te willen komen.