Met slechte ogen door het verkeer

Groningse onderzoekers vragen zich af of slechtzienden auto kunnen rijden als zij hun kijkgedrag aanpassen. Daartoe bestuderen ze verschillende trainingsmethoden bij proefpersonen met een gebrekkig gezichtsveld....

IN EEN ruimte van het Centrum voor Omgevings- en Verkeerspsychologie in Groningen staat een BMW. Het voertuig heeft geen motor meer. Daarvoor in de plaats zit onder de motorkap allerlei apparatuur die is aangesloten op computers. De auto fungeert als rij-simulator.Een man van 58 jaar kruipt achter het stuur. Zes jaar geleden is hij gestopt met autorijden omdat zijn gezichtsvermogen achteruit ging. Hij heeft macula-degeneratie, een oogziekte waarbij de gele vlek in het centrum van het netvlies niet goed meer functioneert. De gele vlek is het gebied dat we gebruiken om iets scherp te kunnen waarnemen.Door zijn handicap kijkt de man tegen een wazige vlek aan. Daaromheen ziet hij wel wat er waar te nemen is. Maar zoals bij iedereen is zijn zicht in de buitenkant van het gezichtsveld veel minder scherp dan in de binnenzijde. Zo mist hij de details.Toch zou hij graag weer autorijden - 'een grote hobby van me' - en daarom doet hij mee aan het onderzoek dat de Rijksuniversiteit Groningen heeft opgezet, samen met het Academisch Ziekenhuis Groningen, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) en het revalidatiecentrum voor slechtzienden Visio in de Groningse plaats Haren. De onderzoekers bekijken of speciale trainingen slechtzienden weer achter het stuur kunnen helpen. November vorig jaar is de studie begonnen.De proefpersoon start de ontbrekende motor waarna een gesimuleerd autogeluid hoorbaar is. Hij geeft gas. Voor hem begint een geprojecteerde animatie van een weg op een groot paraboolscherm te bewegen. Voor de chauffeur lijkt het alsof hij op deze weg rijdt. Afbeeldingen van zij- en achteruitkijkspiegels met bewegende beelden geven aan wat er achter hem in het verkeer gebeurt.Er verschijnen kruispunten, verkeersborden en auto's. De bedoeling is dat de man adequaat op de verkeerssituaties reageert. Ondanks zijn handicap lukt dit hem feilloos. Geen tegenligger hoeft de berm in, alle borden blijven staan en de auto's op de voorrangswegen krijgen netjes voorrang.Enkele maanden geleden was hij niet in staat zo'n rit zonder kleerscheuren te volbrengen. Dat hij het nu wel kan, heeft hij te danken aan een training in het revalidatiecentrum Visio. Daar is hem de afgelopen weken met een speciaal voor dit onderzoek ontwikkeld computerprogramma aangepast kijkgedrag aangeleerd.Via dat programma verschijnt op een twintig inch-beeldscherm bijvoorbeeld een groot aantal rondjes waarvan er één iets open staat. Deze 'c' moet de slechtziende opsporen. Een andere opdracht kan zijn dat de betrokkene een scherm boordevol woorden van boven naar onder snel moet oplezen. Op deze wijze krijgt de behandelend therapeut inzicht in de probleemgebieden van het gezichtsveld om vervolgens een op maat gerichte kijkstrategie te ontwikkelen.De proefpersoon van vandaag is aangeleerd de weg vanuit de auto voortdurend met zijn ogen in een Z-beweging te scannen. Zo kan hij optimaal zijn resterende gezichtsvermogen benutten. 'Het is wel doodvermoeiend. Langer dan een half uur hou ik dit nog niet vol', verzucht hij.De onderzoekers bekijken niet alleen het effect van deze training; ter vergelijking zijn twee andere trainingsvormen in de studie opgenomen. Bij beide programma's moeten slechtziende proefpersonen direct deelnemen aan het verkeer. In het ene geval als wandelaar of fietser waarbij de therapeut achter de proefpersoon loopt of fietst en ter plekke het vervolg van de route doorgeeft. Dit is een gebruikelijke revalidatiemethode voor slechtzienden.In het andere geval gaat de proefpersoon direct met de auto de weg op onder begeleiding van een hiervoor deskundige rij-instructeur. Ook van deze twee trainingen is het de bedoeling te achterhalen wat de betrokkene mist aan visuele informatie om vervolgens het kijkgedrag direct in de praktijk bij te sturen.Aan het onderzoek zullen uiteindelijk 120 slechtzienden meedoen. Inmiddels zijn er 30 begonnen. De deelnemers worden willekeurig ingedeeld naar één van de drie oefenprogramma's. Drie maanden lang volgt iedereen één keer per week de betreffende training. Om alle proefpersonen toch enige rij-ervaring te laten opdoen, oefenen ze ook enkele malen in de rij-simulator.Een uitgebreide test voor en na de drie maanden moet aangeven of en in welke mate de oefeningen baat hebben. Hierbij kijken CBR-deskundigen naar de rijgeschiktheid van de proefpersoon tijdens een autorit. Met de rij-simulator bestuderen de onderzoekers het kijkgedrag. Ook wordt telkens het gezichtsvermogen gemeten. Negen weken na de training volgt een laatste test om te zien of het effect aanhoudt.iedere slechtziende die auto wil rijden, kan aan het onderzoek meedoen, benadrukt neuropsychologe drs. Tanja. Coeckelbergh. Zij werkt in het Academisch Ziekenhuis Groningen en verwacht over drie jaar op deze studie te promoveren. Alleen mensen met een ruime rij-ervaring, een defect in hun gezichtsveld en een gezichtsscherpte van boven de 0,1 komen in aanmerking. De grensgevallen volgens dit laatste criterium kunnen bijvoorbeeld kleine letters die iemand normaal nog net kan lezen, pas zien als die letters tien keer zo groot zijn.0 E doelgroep bestaat uit personen met onder andere macula- degeneratie, glaucoom of retinitis pigmentosa. Bij glaucoom kunnen willekeurige delen van het gezichtsveld wegvallen. Retinitis pigmentosa gaat gepaard met het steeds nauwer worden van het gezichtsveld, ook wel kokergezichtsveld genoemd. Mensen met deze aandoening zien, in tegenstelling tot degenen met macula-degeneratie, vaak wel scherp.Of de drie trainingstechnieken effect hebben en welke de beste is, is niet te zeggen. Nog niemand heeft een van de drie trajecten doorlopen. Coeckelbergh put goede hoop uit de resultaten van een proefproject begin vorig jaar waarbij de verschillende methoden bij zes personen werden uitgeprobeerd.'We vroegen ons af of onze studie goed was opgezet om daarna op grote schaal verder te kunnen. Elke deelnemer aan het proefproject kreeg een korte training van vier sessies volgens één van de drie technieken. Zelfs na zo'n beperkte periode bleek het kijkgedrag in alle gevallen positief beïnvloed. De hiaten in het gezichtsveld werden gecompenseerd door een verbeterd scangedrag.De vraag is uiteraard of de Groningse wetenschappers niet met een absurd project bezig zijn. Want mensen die slecht zien, horen toch niet achter het stuur? Loopt de verkeersveiligheid geen gevaar? Dr. Aart Kooijman, hoogleraar videologie, die samen met neuropsycholoog dr. Wiebo Brouwer en fysioloog dr. Frans Cornelissen het project leidt, vindt het project verantwoord.'Het is niet onze bedoeling iedere slechtziende ten koste van alles weer achter het stuur te krijgen. Het hangt er helemaal vanaf hoe iemand zijn gezichtsuitvallen compenseert. Lukt dit goed en stapt hij weer in de auto, dan dient hij altijd rekening te blijven houden met zijn beperkingen. Om zich volledig op het kijken te kunnen concentreren, moet hij vooruitdenken, de route tevoren goed plannen, inschatten of de weersomstandigheden geschikt zijn, niet rijden in het donker, het spitsuur vermijden en de rit beperken tot zijn vertrouwde omgeving. Dit laatste doen we ook tijdens onze testritten voor het onderzoek.'Het doel van de kijktraining is volgens de hoogleraar verbetering van de zelfstandigheid en mobiliteit van slechtzienden. De meting van het effect van de training is nu gericht op het autorijden omdat hiervoor duidelijke normen en bepalingen zijn vastgesteld waaraan iemand moet voldoen. Uiteindelijk zou een effectieve kijktraining ook geschikt kunnen zijn voor de revalidatie van bijvoorbeeld slechtziende wandelaars of fietsers.Hoe slecht iemand na de laatste testrit ook rijdt, alle proefpersonen zullen hun rijbewijs mogen behouden. Het CBR beoordeelt bij het onderzoek alleen de rijgeschiktheid van de deelnemers. Ruud Bredewoud, hoofd medische zaken van het CBR, legt uit dat er wel adviezen zullen worden gegeven als een rit een absolute ramp is. Niemand is echter verplicht deze op te volgen.Bredewoud: 'Natuurlijk heb ik ook mijn vraagtekens als iemand die slecht ziet, gewoon achter het stuur kruipt. Maar het onderzoek vind ik interessant om erachter te komen hoe belangrijk goed zien is voor autorijden. Kijken doe je met je ogen, maar zien met je hersenen. Tussen kijken en zien zit een verschil.'Misschien blijken de huidige keuringseisen - een minimaal gezichtsveld van 140 graden en een gezichtsscherpte van 0,5 - wel te streng en moeten ze worden aangepast. Zelf lijkt me dit onwaarschijnlijk.'John Ekkelboom