Volledig scherm
Mensen met mobiele telefoons. © epa

'Opslag telecomgegevens schaadt grondrechten'

De manier waarop de verplichte opslag van telecomgegevens is geregeld, is in strijd met Europese grondrechten. Dat stelt een Cruz Villalón, een belangrijke adviseur aan het Europese hof van Justitie vandaag.

Het gaat om in 2006 goedgekeurde Europese regels. Die verplichten telefoonbedrijven en internetproviders om zogenaamde metadata over het communicatieverkeer van hun klanten bij te houden. Het gaat daarbij niet om de inhoud van gesprekken, sms'jes of e-mails, maar registratie van de identiteit van de afzender en ontvanger, tijdstip, duur en locatie.

Volgens de advocaat-generaal vormt de richtlijn 'een duidelijke inmenging in het grondrecht van burgers op eerbiediging van hun privéleven'. En iedere beperking van grondrechten moet bij de wet geregeld zijn en niet door een Europese richtlijn.

Identiteit
Villalón waarschuwt (pdf) dat het verzamelen van metadata 'een volledig en precies beeld kan schetsen' van iemands identiteit. Omdat de gegevens niet door de autoriteiten, maar door bedrijven bewaard worden, kan niet worden uitgesloten dat de data tegen frauduleuze of kwaadwillende praktijken beschermd zijn.

Volgens Villalón streeft de richtlijn wel 'een legitiem doel' na. De metadata kan een grote hulp voor opsporingsdiensten zijn bij het onderzoeken, opsporen en vervolgen van zware criminaliteit. Maar daarvoor is het niet nodig de data twee jaar op te slaan, stelt de adviseur. Een jaar is voldoende. In Nederland zijn telecombedrijven al verplicht zich aan de termijn van een jaar te houden.

Het advies van de advocaat-generaal is niet-bindend, maar doorgaans neemt het hof het advies over in het vonnis.