Volledig scherm
PREMIUM
Sandra Phlippen © AD/Joost Hoving

Scheefwonen, duur of goedkoop is altijd onwenselijk

De week van PhlippenSandra Phlippen is chef economie. Elke week behandelt ze een onderwerp dat haar opvalt in de economie.

Quote

Huurders betalen indirect mee aan de rekening van al het scheefwo­nen

Week update

Toezichthouder ACM eist inzage in de verdeling van publieke en private activiteiten van netbeheerders.

C&A praat na tig jaar stilzwijgen in deze krant over de vraag: gaat het winkelbedrijf V&D achterna?

Op elke tien huurders zijn er vier scheefwoners. Twee daarvan blijven in goedkope huurwoningen zitten terwijl ze meer kunnen betalen en de andere twee zitten in dure woningen die ze zelf niet kunnen betalen. We noemen hen goedkope en dure scheefwoners en de kans dat u een scheefwoner bent, of er een kent, is levensgroot. In het woord scheefwoner zit een soort waardeoordeel ingebakken. Je rijdt een scheve schaats, je bent oneerlijk of je bent een profiteur. Je woont ofwel te goedkoop en houdt daarmee de markt op slot voor al die tienduizenden op de wachtlijsten, of je woont 'riant' met een kleine beurs en laat de voor jou onbetaalbare huur ophoesten door de overheid.

Afgelopen donderdag publiceerden Gidding en Otten van het CBS in het economenblad ESB een typologie van de scheefwoner en de financiële gevolgen van het scheefwonen voor de samenleving. Vooral de dure scheefwoner is aan een snelle opmars bezig. Om de huur voor deze groep scheefwoners betaalbaar te houden, is er een miljard euro extra aan huurtoeslag uitgekeerd sinds 2006. Dat is op zichzelf een onhoudbare ontwikkeling.

Maar het probleem gaat nog verder. Een scheefwoner die ofwel te goedkoop woont of te luxe voor zijn portemonnee, zal niet snel een leukere of beter betaalde baan accepteren als hij daarvoor moet verhuizen. Hij zal dan immers in dezelfde ellendige wachtrij voor een nieuwe woning terechtkomen die hij mede heeft veroorzaakt. Het gevolg is dat hij de baan laat lopen, waardoor hij waarschijnlijk productiever wordt en daarmee beter betaald had gekregen. De arbeidsmarkt lijdt op die manier mee onder de vastgeroeste woningmarkt.

Uit de klauwen

De gelukkige huurder die na jarenlang wachten een eigen stek heeft gevonden, scheefwonend of niet, betaalt indirect ook mee aan de rekening van al dat scheefwonen. Dat komt omdat Stef Blok, als Minister van Wonen, besloot om de uit de klauwen groeiende kosten van de huurtoeslag weer terug te leggen bij de woningbouwcorporaties via de verfoeide verhuurdersheffing. En wat deden de corporaties? Die sluisden die heffing via huurverhoging doodleuk door naar de huurders. Daarmee is de cirkel weer rond. De huurtoeslag, bedoeld om wonen betaalbaar te houden, is betaald door de huurder.

Met al dit rondpompen van geld en het woud aan regeltjes is het niet zo gek dat de nieuwe corporatievoorman van Aedes onlangs in deze krant opriep tot meer vrijheid en minder regels. Maar de kern van het probleem zit hem in een grove verstoring tussen vraag en aanbod van goedkope huurwoningen. Dat wordt niet opgelost door een regel meer of minder. De opkomst van de dure scheefwoner is daar het levende bewijs van.

Toen het kabinet Rutte II de particuliere liberalisatie van de sociale huurwoningen introduceerde, wilde hij het goedkope scheefwonen aanpakken. Er werden voor deze groep 240.000 dure sociale huurwoningen gebouwd. Onbedoeld ontstond daar een nieuw soort scheefwoner: de dure scheefwoner, die weer een zware wissel trok op de huurtoeslag. Na de verkiezingen zal dit nieuwste probleem ongetwijfeld met veel ferme taal worden aangepakt. Scheefwonen is voor iedereen onwenselijk, maar zolang corporaties geen ruimte krijgen om vraag en aanbod te laten aansluiten via de huurprijs, zal de scheefwoner hardnekkig blijven opduiken.