Volledig scherm
© Floris Lok

Starter op de woningmarkt? Hieruit blijkt hoe lastig de situatie is

Ze zijn de grootste verliezers op de woningmarkt, de starters. Door de krapte op de woningmarkt en de stijgende prijzen komen ze moeilijk, tegen een redelijke prijs. Drie feiten die laten zien hoe lastig zijn positie is.

Financieringsproblemen

Voordat je op huizenjacht gaat, moet je tegenwoordig eerst een goed gevulde spaarrekening hebben. Dit geldt uiteraard voor alle kopers, maar zeker voor starters. Sinds 1 januari is de starter namelijk verplicht om alle bijkomende kosten zoals taxatie of de notaris (goed voor zo'n 6 procent van de koopprijs) bij de aankoop van een huis uit eigen zak te betalen.

Vroeger kon hij die kosten probleemloos meefinancieren, net als een verbouwing van de badkamer of een nieuwe keuken. Door aangescherpte leenregels én stijgende koopprijzen ondervinden starters duidelijk financieringsproblemen, merkte hoogleraar Peter Boelhouwer van TU Delft onlangs op in zijn onderzoek naar de laatste stand van zaken op de woningmarkt.

Nieuw onderzoek van adviesbureau IG&H onderschrijft de bevindingen van de hoogleraar. In het onderzoek geeft 47 procent van de starters aan financiële hulp van zijn ouders nodig te hebben om een huis te kunnen kopen. Een starter die dus niet genoeg spaarcenten heeft of geen beroep kan doen op zijn ouders, valt definitief buiten de boot.

Tegen elkaar opbieden

Dit is het grootste probleem dat de woningmarkt parten speelt: het oplopende tekort aan beschikbare en betaalbare woningen. Een gevolg van de schaarste is dat consumenten steeds minder te kiezen hebben. De volgende cijfers spreken boekdelen: in 2013 kon een koper gemiddeld uit zo’n 30 huizen kiezen, nu zijn dat zo’n 4,5 woningen.

Dat aantal neemt eerder af dan toe, verwacht Boelhouwer. Zeker in de provincies Noord-Holland, Utrecht, Zuid-Holland en inmiddels Flevoland neemt vermoedelijk de krapte flink toe. En daarmee ongetwijfeld de prijzen. Ook daarin is de afgelopen jaren een duidelijk stijgende lijn te zien: de gemiddelde verkoopprijs van bestaande koopwoningen ligt nu op 278.159 euro, ruim boven het niveau van 2008 (259.425).

De kopers die dat ene droomstulpje willen bemachtigen, zullen niet alleen een flink inkomen of flinke buffer moeten hebben maar ook bereid moeten zijn om flink tegen andere potentiële kopers op te bieden. Volgens het vandaag uitgebrachte onderzoek van IG&H blijken starters daar niet even succesvol in te zijn. Als ze al een huis kunnen financieren, dan bieden ze gemiddeld 2,7 keer te laag voordat ze succesvol zijn in hun aankoop.

Zoekdagen

Dat het niet meevalt voor de starters om aan een woning te komen, valt op te maken uit het aantal verstrekte hypotheken over het afgelopen kwartaal. Volgens IG&H zijn in de eerste drie maanden van dit jaar 80.000 hypotheken afgesloten, wat neerkomt op bijna 20 procent minder dan in het laatste kwartaal van 2017. De grootste daling is te zien onder de groep starters.

Woningmarktdeskundige Joppe Smit van IG&H denkt dat de positie van starters alleen maar aan het verslechteren is. ,,Waar in 2014 het aantal starters nog groter was dan de aantal doorstromers, zien we nu dat doorstromers ruim de helft van de markt vertegenwoordigen en starters nog iets minder dan een kwart.''

In populaire steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht liggen de huizenprijzen inmiddels zo hoog, dat kopers noodgedwongen uitwijken naar de randgemeenten. Starters proberen daar hun slag  te slaan, maar ook dat valt niet mee, zegt IG&H. Volgens het onderzoek zijn de starters nu liefst 237 dagen op zoek voordat ze een woning op de kop weten te tikken.

poll

Uitzendbureau schrapt termen hoog- en laagopgeleid, terecht?

  • Ja, deze termen zijn niet meer van deze tijd (56%)
  • Nee, we moeten niet zo moeilijk doen (44%)
25627 stemmen