Volledig scherm
© anp

'Vermogensbelasting in strijd met Europees Recht'

De vermogensbelasting in Nederland is in strijd met Europees recht en kan leiden tot oneigenlijke ontneming, ofwel diefstal. Mensen die zeer verschillende resultaten behalen op hun vermogen, betalen hetzelfde percentage belasting. Dat leidt volgens advocaat-generaal René Niessen tot willekeur.

Quote

Deze regeling is aan het einde van de jaren negentig gemaakt na een lange periode van grote economi­sche voorspoed

René Niessen, advocaat-generaal

De belastingdienst gaat er volgens Niessen vanuit dat ,,iedereen gemiddeld over een aantal jaren een rendement van 4 procent kan behalen. Een deel van dit fictieve rendement, namelijk 1,2 procent, moet worden afgedragen aan de Belastingdienst. Deze regeling is aan het einde van de jaren negentig gemaakt na een lange periode van grote economische voorspoed."

Diefstal
Volgens de advocaat-generaal kan met de kennis van nu niet meer worden uitgegaan van een dergelijk rendement: ,,Wanneer dit vaste percentage belasting niet kan worden betaald uit de opbrengst van het vermogen is er sprake van een oneigenlijke ontneming'' aldus Niessen op dinsdag. Oneigenlijke ontneming is de juridische term voor diefstal.

Niessen schrijft dit in een dinsdag gepubliceerd advies aan de Hoge Raad. Een advocaat-generaal brengt onafhankelijk advies uit over lopende procedures aan de Hoge Raad. Hierbij wordt hij doorgaans bijgestaan door wetenschappelijke medewerkers en andere deskundigen. Hoewel zijn advies een 'conclusie' genoemd zijn zijn adviezen niet bindend: de Hoge Raad kan afwijken van het advies.

Quote

Wij kunnen ons niet vinden in het standpunt van de advocaat-generaal

Ministerie van Financiën

Reactie Financiën
In een reactie laat het ministerie van Financiën weten dat het ,,zich niet kan vinden in het standpunt van de A-G dat de vermogensrendementsheffing op regelniveau strijdig is met het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM." Er wordt verder gesteld dat het fictieve rendement van 4% die nu wordt aangehouden ,,valt binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever toekomt."

De zaak werd aangespannen door een Nederlander die in 1996 naar Noorwegen emigreerde, maar enkele panden aanhield. Hij weigerde in 2011 akkoord te gaan met een belastingheffing over een bedrag van € 13.520 dat door de belastinginspecteur werd gezien als inkomen uit sparen en beleggen.