Volledig scherm
De vraag of zware beroepen een lagere AOW-leeftijd moeten krijgen, werd door veel werkgevers met 'ja' beantwoord © Caspar Huurdeman

Werkgevers ook tegen stijgende AOW-leeftijd

Werkgevers zien niets in de automatische verhoging van de AOW-leeftijd. Ze vrezen dat veel oudere werknemers de eindstreep niet halen en de werkgevers op hoge kosten jagen.

Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Slechts 21 procent van de ruim 1300 ondervraagde werkgevers is tevreden over de huidige regeling. Daarbij is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Hoe langer we leven, hoe langer we moeten blijven werken.

Werkgevers zien vooral een probleem bij de zware beroepen. Maar liefst acht op de tien werkgevers vindt dat werknemers met een zwaar beroep eerder AOW moeten krijgen. In de sector Industrie is zelfs 85 procent van de werkgevers voorstander van die maatregel.

Flexibel

Driekwart van de werkgevers ziet het liefst een flexibele AOW. Daarbij kunnen werknemers kiezen eerder of later met pensioen te gaan. Anders zien werkgevers meer in het vastzetten van de AOW op 65 jaar (46 procent) of desnoods op 67 jaar (33 procent).

Volgens NIDI zijn de werkgevers bang dat de arbeidsproductiviteit bij ouderen afneemt en de arbeidskosten toenemen. Wordt een oudere werknemer langdurig ziek dan moet de werkgever twee jaar loon doorbetalen.

Niet kant-en-klaar

Een lagere AOW-leeftijd voor zware beroepen invoeren kan overigens pas als eerst per beroepsgroep wordt vastgesteld wat dan een zwaar beroep is.

Het Centraal Planbureau is geen voorstander van een flexibele AOW-leeftijd. Het CPB voorspelt dat mensen eerder stoppen met werken, waardoor het arbeidsaanbod afneemt en er minder belasting binnenkomt. Dat is weer nadelig voor de economische groei, waardoor uiteindelijk de werkgelegenheid afneemt.