Volledig scherm
Irene van den Berg © Joost Hoving

Wie betaalt het pensioen? Dat zien we later wel

ColumnNeem plaats op de sofa van Irene van den Berg. Zij analyseert iedere week ons economisch gedrag.

Quote

Dat duurt nog meer dan dertig jaar; geen idee hoe mijn leven er dan uitziet

Irene van den Berg

Stel, je wint de loterij en je mag kiezen uit drie prijzen: deze zomer een weekend naar Parijs, over vijf jaar een week naar Spanje of over twintig jaar een maand naar de VS. Veel mensen kiezen de eerste optie. Ander dilemma: je moet vandaag één wortelkanaalbehandeling ondergaan, volgend jaar twee of over twintig jaar drie van die pijnlijke ingrepen. Kies jij ook voor de derde optie? De mens mag dan het enige dier zijn dat over de toekomst kan nadenken; heel bedreven zijn we er niet in.

Hoe verder de toekomst weg is, des te moeilijker we het vinden om ons er iets bij voor te stellen. Daardoor hebben we de neiging om leuke dingen naar voren te schuiven en vervelende zaken naar achter. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Hierdoor zorgen we nogal slecht voor onze toekomstige ik. We ontzeggen onszelf die heerlijke vakantie naar Amerika, maar plannen wel even drie wortelkanaalbehandelingen in.

Diezelfde gedachtekronkel speelt mee als we nadenken over ons pensioen. Het idee dat ik tot na mijn 70ste moet werken, doet me niets. Dat duurt nog meer dan dertig jaar; geen idee hoe mijn leven er dan uitziet. Het lijkt me sowieso nogal saai om niet te werken. Dat ik over dertig jaar een brozere gezondheid heb, of minder enthousiast ben over mijn werk, daar kan mijn brein zich maar moeilijk een voorstelling van maken. Dat geldt voor veel twintigers, dertigers, veertigers en wellicht ook (vroege) vijftigers, vrees ik.

Quote

Het kwalijke is echter dat de werkgevers en werknemers de rekening voor hun uitstelge­drag niet doorschui­ven naar hun toekomsti­ge ik. Maar vooral naar de generatie van hun kinderen en kleinkinde­ren

Irene van den BErg

De leeftijdscategorie daarboven maakt zich inmiddels wél zorgen over de stijgende pensioenleeftijd. En laat van zich horen, onder meer via de vakbonden. Die bonden stellen nu samen met werkgeversorganisaties voor dat de pensioenleeftijd minder snel omhoog moet, zo bleek vorige week uit een uitgelekt conceptakkoord tussen beide partijen. De rekening presenteren ze heel schrander aan de belastingbetaler. De groep die voor het grootste gedeelte uit mensen bestaat die later zeker langer moeten doorwerken. Maar zich daar nu nog geen zorgen over maken, en dus hun mond houden.

De verhoging tot 67 jaar zou tot 2025 moeten duren, in plaats van tot 2021. Oftewel, bonden en werkgevers stellen het verhogen van de pensioenleeftijd uit als een vervelende wortelkanaalbehandeling. Ze weten heus wel dat die verhoging er uiteindelijk toch van moet komen: mensen worden steeds ouder en moeten daardoor langer doorwerken. Het kwalijke is echter dat de werkgevers en werknemers de rekening voor hun uitstelgedrag niet doorschuiven naar hun toekomstige ik. Maar vooral naar de generatie van hun kinderen en kleinkinderen.

Reageren? economie@ad.nl