Volledig scherm
PREMIUM
Johan Conijn, emeritus hoogleraar woningmarkt, is tegenwoordig directeur bij adviesbureau Finance Ideas. © Marco Okhuizen

'Wonen is juist betaalbaarder geworden'

Het is kommer en kwel op de woningmarkt, volgens de kranten. Maar het is niet zo zwart-wit, zegt Johan Conijn, emeritus hoogleraar woningmarkt.

Quote

Inkomens zijn harder gestegen dan huren

Voor een groot deel gaat het uitstekend met de woningmarkt. Emeritus hoogleraar woningmarkt Johan Conijn, tegenwoordig directeur bij adviesbureau Finance Ideas, baseert zijn optimistische kijk op Woon2018, de laatste uitgave van een groot driejaarlijks onderzoek naar de woningmarkt. Dat onderzoek geeft bepaald geen alarmerend beeld.

Voor starters op de woningmarkt zijn huizen toch onbetaalbaar?
,,De hele berichtgeving over de woningmarkt is overtrokken. Ik baseer me liever op de feiten. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal starters stabiel blijft. Alleen in bepaalde regio's, zoals Amsterdam en Almere zijn er problemen voor starters, maar in veel regio's is het voor een starter geen probleem om aan een betaalbaar huis te komen.”

De huren en de huizenprijzen gaan toch door het dak?
,,Dat lees je wel, maar bestaande woningen zijn de afgelopen jaren betaalbaarder geworden, zowel koop- als voor huurhuizen. De gemiddelde huur is tussen 2015 en 2018 gestegen van 560 naar 603 euro. Maar een deel van die stijging wordt goedgemaakt door hogere huurtoeslag. En inkomens zijn harder gestegen dan huren. Dus huurders zijn nu gemiddeld 25 procent van hun inkomen kwijt aan huren. Dat was drie jaar geleden nog 26 procent.”

Is dat ook zo bij de koopwoningen?
,,Ja, de betaalbaarheid van koopwoningen is ook verbeterd. Huiseigenaren profiteren van de lagere hypotheekrente, waardoor de hypotheeklasten lager zijn.'' Dat voordeel leveren ze voor een deel weer in omdat ze minder renteaftrek terugkrijgen van de fiscus. Ook de onderhoudskosten lopen op, waardoor ze per saldo meer kwijt zijn aan woonlasten. ,,Maar de besteedbare inkomens stijgen nog sneller, waardoor ze een kleiner deel van het inkomen aan wonen besteden dan in 2015.''