Volledig scherm
Bij het instorten van de fabriek in Bangladesh in 2013 raakten veel mensen bedolven onder het puin. © REUTERS

Zes jaar na ramp in fabriek zijn kledingmerken ‘goed op weg’, maar critici hebben hun twijfels

Het gros van de Nederlandse kledingmerken dat werk maakt van betere omstandigheden in buitenlandse fabrieken, is ‘goed op weg’. Dat staat in het vandaag verschenen rapport van het Convenant Duurzame Kleding en Textiel. Maatschappelijke organisaties zijn kritisch: bedrijven maken ‘onvoldoende vaart en transparantie ontbreekt’. 

De aanleiding voor het Convenant Duurzame Kleding en Textiel is een treurige: in 2013 stortte een kledingfabriek in Bangladesh in, meer dan duizend textielwerkers kwamen bij de ramp om het leven. De slachtoffers waren voornamelijk arme mensen die onder slechte omstandigheden in naai-ateliers in het gebouw werkten. In die fabriek bleek ook kleding voor Nederlandse merken gefabriceerd te worden. 

Mede onder druk van vakbonden, de rijksoverheid en maatschappelijke organisaties gaven modebedrijven toe dat de arbeidsomstandigheden in de fabrieken beter moesten en de naaisters een ‘leefbaar’ loon verdienden. Het convenant was geboren. Bij de start, in 2016, zetten grote namen als De Bijenkorf, Sting, Vanilia, Hema, Coolcat, Zeeman, Wehkamp, MS Mode, America Today, Miss Etam, Steps en WE Fashion hun handtekening eronder. Vakbonden, de overheid en maatschappelijke organisaties tekenden mee. 

Achterblijvers

Inmiddels drie jaar verder hebben veel bedrijven behoorlijke stappen gezet: 78 procent van de beoordeelde bedrijven is ‘goed op weg’, 8 procent ‘voldoet volledig’, 14 procent ‘blijft achter’. ,,Met de 14 procent wordt besproken hoe zij moeten verbeteren. Als verbetering uitblijft, kan de onafhankelijke klachten- en geschillencommissie worden ingeschakeld”, licht Pierre Hupperts, onafhankelijk voorzitter van het convenant, toe.  

Welke merken het goed of slecht doen, blijft onvermeld. Wel stelt het rapport dat het aantal aangesloten bedrijven groeit: in 2016 waren het 55 merken, eind vorig jaar 92. Samen zijn zij goed voor bijna de helft van de omzet op de Nederlandse kledingmarkt. Ook groeide de lijst met de fabrieken waar de deelnemende bedrijven hun kleding laten maken: van 2802 naar 4269. Dat dit aantal stijgt, is volgens de initiatiefnemers een goed teken, want ‘door kennis over misstanden op bepaalde locaties met elkaar te delen, kunnen textielbedrijven beter ingrijpen’. 

Lange weg te gaan

,,Bedrijven hebben vorig jaar concrete maatregelen genomen om hun bedrijfsvoering zo aan te passen dat ze de risico’s op misstanden in hun productieketen beter kunnen aanpakken”, is de boodschap. Daar voegt de voorzitter aan toe: ,,Partijen in het convenant zijn blij met de voortgang en de inzet die bedrijven tonen, maar beseffen ook dat er nog een lange weg te gaan is richting een volledig verantwoorde productieketen.” 

Maatschappelijke organisaties als Schone Kleren Campagne (SKC) en Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) zijn een andere mening toegedaan. Zij stellen juist dat ‘de positieve impact voor werknemers in productielanden als Bangladesh, China, India, Pakistan en Turkije uitblijven’ en ‘ketentransparantie nog bar weinig voorstelt’.  

 ,,Behalve verwarrende percentages geeft de jaarrapportage helaas nauwelijks inhoudelijke onderbouwing”, is hun kritiek. Bovendien, zo stellen zij, formuleren bedrijven doelstellingen en acties, maar leveren zij geen bewijs voor het uitvoeren van die acties of voor verbeteringen op het gebied van arbeidsrechten, dierenwelzijn of milieu. 

Papieren werkelijkheid

Dat bijvoorbeeld steeds meer productielocaties van kleding op de lijst van het convenant staan, zegt maar weinig zeggen over de herkomst van gebruikte materialen, vindt Suzan Cornelissen van de Schone Kleren Campagne. ,,Tot nu toe is het convenant alleen nog maar een papieren werkelijkheid.” 

De twee organisaties kraakten bij de start in 2016 al een harde noot. Ze weigerden mee te tekenen omdat ze teleurgesteld waren over het gebrek aan concrete doelen en lokale toezicht op de uitvoering, zoals het daadwerkelijk verhogen van het loon van kledingarbeiders.

Volledig scherm
Nabestaanden van slachtoffers die bedolven raakten onder het puin van de ingestorte fabriek in 2013 in Bangladesh. © REUTERS
Volledig scherm
© REUTERS