Volledig scherm
© ANP

Eindhovens Ioniqa bouwt PET-recycle-fabriek in Geleen

EINDHOVEN - Het Eindhovense Ioniqa bouwt in Geleen een fabriek waar vanaf zomer 2019 PET-plasticafval wordt omgezet naar nieuwe grondstof voor PET-producten. PET-recycle-bedrijf Ioniqa, in 2009 voortgekomen uit de TU/e, maakt met de fabriek in Limburg de stap naar een volwaardige productielijn. Het kantoor en laboratorium van Ioniqa blijven gevestigd op de TU/e-campus.

De nieuwe fabriek op de Brightlands Chemelot Campus, met een oppervlak van 2000 vierkante meter, kan straks 10.000 ton PET-grondstof per jaar leveren, goed voor een omzet van twintig miljoen euro per jaar. De fabriek, waar tien miljoen euro in wordt geïnvesteerd, is eind dit jaar gereed. Volgend jaar zomer wordt begonnen met het omzetten van PET-plastic afval in hoogwaardige, zuivere PET-grondstof waarvan weer nieuwe voedselverpakkingen worden gemaakt.

Chemische recycling

Ioniqa doet dat niet met een mechanische methode (plastic vermalen en er korrels van maken), maar werkt met chemische recycling waarbij het PET-plastic wordt teruggebracht terug tot moleculen. Dat houdt in dat het recyclen, in tegenstelling tot mechanisch recyclen, eindeloos kan worden herhaald. „Deze technologie betekent dat de methode duurzaam kan worden, dat PET-plastic hergebruikt kan worden zonder grondstof- en kwaliteitsverlies", zegt Tonnis Hooghoudt, directeur van Ioniqa. „De grondstof kennen we al, maar die werd altijd van olie gemaakt en nu kan je het produceren uit plastic. Met het proces van Ioniqa zijn PET-producten, gemaakt van PET-afval, identiek aan die gemaakt van olie, met dezelfde kwaliteit, voedselveiligheid en concurrerende prijzen. Maar ten opzichte van plastic uit olie produceren wij 75 procent minder CO2-uitstoot. De oliekraan kan dicht voor plastic."

Volledig scherm
Medewerkers van Ioniqa aan het werk in het laboratorium in Eindhoven.

Technologische ontwikkeling

Na twee jaar te hebben gewerkt in Plant One, de proeffabriek in Rotterdam, heeft Ioniqa de nieuwe methode ruimschoots bewezen. Partijen als Chemelot Ventures Fund willen graag mee investeren in een fabriek. De campus in Geleen, met een strategische ligging dicht bij Duitsland, België en Frankrijk, garandeert voldoende plastic afvalstromen voor de fabriek. Hooghoudt voorziet dat deze eerste Ioniqa-fabriek snel meerdere vervolgen zal krijgen. „De 10.000 ton output is nog steeds een klein volume in vergelijking met de marktvraag. Dus er zullen zeker fabrieken volgen met een schaal tot 100.000 of 200.000 ton. Maar dat is iets voor grotere, internationaal opererende partijen. Wij richten ons op het wereldwijd uitgeven van licenties van onze technologie. Dat zorgt er voor dat de technologie sneller wordt geïmplementeerd en andere bedrijven kunnen opschalen. Onze focus ligt op verdere technologische ontwikkeling om ook andere soorten kunststoffen te recyclen, en in de toekomst ook bio-plastics.”

In samenwerking met indebuurt Eindhoven