Volledig scherm
Arjan Kampman: „De mensen moeten het gevoel krijgen dat we er voor ze zijn, dat we naar ze luisteren en dus die aandacht geven.” © Reinier van Willigen

Wethouder Arjan Kampman wil met oprechte aandacht armoede in Enschede te lijf

ENSCHEDE - Wat onderneemt Enschede de komende jaren tegen de armoede? Na maanden van onderzoeken en enquêtes staat de stad aan de vooravond van een nieuwe aanpak.

 ‘Aandacht’ is het sleutelwoord, daarnaast lijkt de gemeente de grip op inwoners met weinig geld flink te verstevigen.  

Duizenden

Altijd is er die onzekerheid. Armoede is die maandelijkse terugkerende vraag en onrust of er genoeg geld is om de monden in huis te voeden, de vaste lasten te betalen en om in andere levensbehoeften te kunnen voorzien. De verhalenreeks ‘Omarm Enschede’ van De Twentsche Courant Tubantia en de lokale omroep 1Twente maakte de afgelopen maanden op vaak indringende wijze duidelijk hoezeer armoede vele duizenden Enschedeërs treft. En daarmee onvermijdelijk tot het dna van de stad behoort. Maar hoe gaat Enschede de noden van 12.000 tot 17.000 gezinnen - een grove schatting in november 2019 van het aantal huishoudens met een extreem laag besteedbaar inkomen - verlichten?

Onderzoek beleid

„Dat is, als we het nieuwe armoedebeleid rond de zomer in concept klaar hebben, aan de gemeenteraad”, zegt verantwoordelijk wethouder Arjan Kampman. Hij is het die, in de donkere dagen voor kerst, het Onderzoek Evaluatie Armoedebeleid naar de raad stuurde. De aanbevelingen van KWIZ vormen de mogelijke bestanddelen van het nieuwe beleid. Dit bureau uit Groningen nam de problematiek in Enschede met gerichte enquêtes onder cliënten van de Voedselbank, de Stichting Leergeld en andere armoede-instellingen onder de loep.

Quote

Verplicht budgetbe­heer kan ook verlossend werken. Mensen zijn zó opgelucht als je ze helpt

Arjan Kampman , wethouder Enschede

Feiten en emotie

„We hebben naast de emotie rond dit onderwerp nu ook de feiten en de verschillende doelgroepen scherp”, zegt Kampman over de waarde van de evaluatie. Eén van die tastbare feiten luidt dat armoede in de stad in totaal 13.363 huishoudens raakt: gezinnen met een (schaars) inkomen tot 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. Ter indicatie: het sociaal minimum varieert van 545 (alleenstaande 18 jaar) tot ongeveer 1653 euro per maand (gehuwden/gelijkgestelden).

De KWIZ-aanbevelingen bevatten curieuze onderdelen. Zo lijkt Enschede de gemeentelijke grip op grote aantallen inwoners fors te verstevigen als het verplichte budgetbeheer voor mensen met geldproblemen standaardbeleid wordt. Het strakke financieel regime voor stadgenoten met een bijstandsuitkeringen wekt al evenzeer de schijn van het onder curatele plaatsen van inwoners. 

Kampman: „Dat verplichte budgetbeheer kan voor veel inwoners ook een verlossing zijn. Bij veel mensen zien we dat ze er vaak zelf met schulden en financiële problemen niet uitkomen. Die zijn zó opgelucht als je de helpende hand reikt.     

Wantrouwen

De bevindingen van KWIZ raken het lokaal bestuur in Enschede op punten op ondubbelzinnige wijze. Zo is de ogenschijnlijk magere respons die het Groningse onderzoeksbureau ontving na het uitzetten van drieduizend vragenlijsten illustratief voor het wantrouwen onder de betrokken inwoners: KWIZ ontving op dat aantal slechts 580 ingevulde vragenlijsten retour. Dat is, meldt de gemeente in een begeleidend schrijven aan de raad, voldoende om representatieve uitspraken te kunnen doen. 

Toch is er sprake van ‘bijvangst’, erkent het college.  Die bijvangst bestaat uit ‘stress en achterdocht’ van de armlastige inwoners in de richting van de gemeente. „Mensen werden onrustig toen ze deze vragenlijst ontvingen”, erkent Kampman. „Ze vroegen zich in veel gevallen af of hun uitkering misschien gevaar loopt.”

Informatie onvoldoende

Of het wantrouwen zich specifiek op Enschede richt of dat het onbehagen ‘de overheid’ als de boze vijand in het algemeen betreft, is niet bekend. Die vraag blijft onbeantwoord. Feit is dat de gemeente zich een tweetal andere onderdelen van de evaluatie als kritiek ter harte mag nemen. Het gaat daarbij om de informatievoorziening die volgens de respondenten tekortschiet en de actievere houding van de gemeente die verbetering behoeft.

Ook het behoud van de ‘papieren’ schriftelijke aanvraag bij armoederegelingen, zoals KWIZ dat bepleit, is een veelzeggend advies. Enschede heeft dit soort handelingen gedigitaliseerd, een werkwijze die bij lageropgeleiden of zelfs ongeletterden voor grote problemen zorgt. Dat signaleerde Jan Veldhuizen, voorzitter van het Diaconaal Platform, al eens tijdens een emotionele toespraak in de raad, waarbij hij de gemeente verweet bij het armoedebeleid slechts afstand te creëren.

Eerst zien, dan geloven

Dat laatste is pertinent niet de bedoeling, aldus Kampman. Het armoedebeleid dat de PvdA-wethouder voorstaat kenmerkt zich door de oprechte aandacht die hij de inwoners zegt te willen geven. „Je hoort ook weleens over die warme hand, maar laat ik het maar op die aandacht houden. De mensen moeten het gevoel krijgen dat we er voor ze zijn, dat we naar ze luisteren en dus die aandacht geven.”

„Dat klinkt mooi”, zegt Margriet Visser van Enschede Anders, het raadslid dat met 38 andere collega’s het nieuwe beleid zal moeten vaststellen. „Waar het bij het armoedebeleid op neer komt, is empathie. Om gevoel voor de mensen om wie het gaat. Daar heeft het bij dit onderwerp de laatste jaren aan ontbroken. Daarom zeg ik: eerst zien, dan geloven.”

Dit is de laatste bijdrage in de reeks Omarm Enschede 

In samenwerking met indebuurt Enschede