Volledig scherm
Nog maar een fractie van de aangespoelde zeekoeten op Noordzeestranden is besmeurd met olie. © Foto AD-RD Cees Kuiper

Minder olievervuiling in Noordzee, vertelt de zeekoet

De olievervuiling in de Noordzee is tot een minimum teruggebracht. Onderzoekers lezen dat af aan de dode zeekoeten op de stranden.

Al zestig jaar worden aangespoelde zeekoeten op Noordzeestranden onderzocht op olievervuiling. De vogels zijn daar uitzonderlijk gevoelig voor. Ze leven op volle zee en duiken tot grote diepte om aan voedsel te komen. Wanneer hun verenpak maar een beetje door olie is aangetast, raken ze dodelijk onderkoeld.

Onderzoeker Kees Camphuysen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel meldt dat tot eind vorige eeuw vrijwel alle dode zeekoeten op het strand stookolie op hun veren hadden. Nu is dat nog slechts een fractie. Daarmee is tien jaar eerder dan gepland een voornaam doel uit het Europese Ospar-verdrag voor de bescherming van het zeemilieu behaald: hooguit 10 procent van de aangespoelde zeekoeten zou nog met olie besmeurd mogen zijn. ,,In tijden van zorg over een veranderend klimaat, de plasticsoep in zee, stikstofuitstoot en andere milieuproblemen wordt soms vergeten dat beleid ook effectief kan zijn”, aldus het NIOZ.

Keerzijde

Volgens het NIOZ kwam de ommekeer rond 1990 door strengere controles, voorlichting en aanpassingen aan schepen. Een keerzijde is er ook, meldt Camphuysen: ,,Nu de stranden vrij van olie zijn, valt de frequente vervuiling met bijvoorbeeld parafine, plantaardige olie en plastics eens te meer op.”

In het vroege voorjaar spoelden er aan de Nederlandse kust 20.000 dode zeekoeten aan. Die bleken te zijn omgekomen door honger, waar aanvankelijk werd gedacht aan een verband met de containerramp met de MSC Zoe op 2 januari.

Onderzoekers gebruiken vaker dieren om vervuiling in kaart te brengen. Waar de zeekoet geldt als graadmeter voor de olievervuiling, worden de magen van aangespoelde noordse stormvogels onderzocht op vervuiling met plastic. In september meldden Wageningse onderzoekers dat de hoeveelheid plastic in deze vogels in kleine stapjes afneemt.