Volledig scherm
De stoeltjes in het huidige Cambuurstadion © ANP

Niemand tekent bezwaar aan tegen bouw nieuw Cambuurstadion

Er zijn geen bezwaren ingediend tegen het nieuwe Cambuurstadion. Dat betekent dat er geen vertraging optreedt door juridische procedures.

Donderdagavond om 23:59 sloot de termijn waarop bezwaar kon worden aangetekend tegen het nieuwe bestemmingsplan. Dat bestemmingsplan maakt het mogelijk om bij het WTC het nieuwe Cambuurstadion te bouwen. ,,Een bijzonder moment en een teken voor een breed draagvlak voor het nieuwe stadion”, reageert wethouder Hein de Haan.

Het bestemmingsplan voor het nieuwe stadion is in juli vastgesteld. Mensen die tegen het nieuwe stadion zijn, of vrezen voor overlast, hadden tot gisteravond de tijd om dat bij de Raad van State aan te geven. Bezwaren tegen het stadion hadden kunnen leiden tot procedures die maanden in beslag zouden kunnen nemen. De geplande oplevering van het stadion - bij de start van het seizoen 2021-2022 - zou dan praktisch onhaalbaar zijn.

Directeur Ard de Graaf van Cambuur is blij dat er geen bezwaar is ingediend. ,,We zijn erg verheugd. We kunnen nu eindelijk verder want deze zekerheid hadden we wel nodig.” De komende tijd zal Cambuur verder gaan met de verdere invulling van het stadion op detailniveau en ook de financiering van het stadion. De club moet een bedrag van tussen de zes en zeven miljoen euro bijdragen. ,,Ook daar zijn we al volop mee bezig maar iedereen wachtte op dit moment.”

Nog een week

De gemeente Leeuwarden heeft vrijdagochtend bij de Raad van State gecheckt of er echt geen bezwaren of zienswijzen waren ingediend. Het antwoord was nee. Wel houdt de Raad van State de mogelijkheid open dat er nog post in het systeem zit, daarom wordt er zekerheidshalve nog een week extra in acht genomen voordat het honderd procent zeker is dat er geen bezwaren zijn ingediend. Die kans wordt echter niet groot geacht, aangezien bezwaarmakers zes weken de tijd hebben gehad. ,,Natuurlijk houden we daarom formeel nog wel een slag om de arm”, aldus Hein de Haan.