Op het strand van Terschelling is een scheepswrak gevonden. De harde wind in combinatie met hoog tij zorgden ervoor dat het wrak op het strand werd geworpen.
Volledig scherm
Op het strand van Terschelling is een scheepswrak gevonden. De harde wind in combinatie met hoog tij zorgden ervoor dat het wrak op het strand werd geworpen. © ANP

Scheepswrak Terschelling is mogelijk een handelsschip van begin 1500

Door het ongeoorloofd uit elkaar trekken van een scheepswrak op het strand van Terschelling is veel informatie over de bouwwijze van het schip verloren gegaan. Dat zei Thijs Coenen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed uit Amersfoort woensdagmiddag tijdens onderzoek van de eikenhouten scheepsdelen op de gemeentewerf op West-Terschelling.

De delen spoelden tijdens de storm Ciara aan op het strand bij paal 10. Met twee collega’s heeft Coenen de restanten ingetekend en gefotografeerd, om zo mogelijk een reconstructie van het schip te kunnen maken. Op aanwijzing van de deskundigen zaagde Piet Jan Terpsta van de gemeentewerf enkele monsters van de houten spanten voor jaarringonderzoek. Coenen sluit niet uit dat het gaat om een handelsschip van begin 1500. Hij noemde het bijzonder dat de beplanking van het onderwaterschip overnaads is, terwijl de huid karveel (gladboordig) is gebouwd. Bovendien is bij de bouw deels van houten pennen gebruik gemaakt en deels van ijzeren klinken. Mogelijk is het schip op een Nederlandse werf gebouwd.

Het wrak moet eeuwenlang voor de kust van Terschelling onder een dikke laag zand hebben gelegen, waardoor het zeer goed is geconserveerd. De delen zijn niet verrot en bovendien niet met pokken of wieren begroeid. De wrakdelen zijn volgens Coenen echter niet interessant genoeg om ze voor museale doeleinden te conserveren. De vinder van het wrak die het vorige week met een kraan bezig was uit elkaar te trekken voor vervoer naar elders, heeft zich uit eigener beweging bij de gemeente gemeld. ,,Hij zei niet te weten dat dit niet is toegestaan’’, zei burgemeester Bert Wassink.

Plaatselijk wrakkenspecialist Nico Brinck die op verzoek van de Rijksdienst bij het onderzoek aanwezig was, wijst eilanders op de wettelijke plicht om archeologische vondsten te laten liggen en bij het gemeentelijk museum ’t Behouden Huys te melden.