Volledig scherm
Extra geld moet zorgen dat er ook thuis meer aandacht komt voor de geestelijke gezondheid van ouderen. © ANP

Meer geld voor thuis begeleiden van stervenden

Mensen die worstelen met levensvragen over ziekte, ouder worden of sterven, kunnen straks thuis in gesprek met een geestelijk verzorger. Het kabinet stelt er miljoenen euro's voor beschikbaar. Tot nu werd deze hulp alleen vergoed in een verpleeghuis of ziekenhuis.

Minister Hugo de Jonge (CDA, Volksgezondheid) trekt de komende drie jaar 25 miljoen uit voor de geestelijke verzorging aan huis of in de buurt, zoals in een huisartsenpraktijk. Dat heeft hij de Tweede Kamer in een brief laten weten.

De beroepsvereniging voor geestelijk verzorgers VGVZ, die al jaren pleit voor vergoeding in de thuissituatie, spreekt van een doorbraak. ,,Ziek zijn en sterven, doen de meeste mensen thuis. Daar tobben velen met vragen als 'hoe moet ik verder met mijn leven' of 'hoe neem ik afscheid van mijn geliefde''', licht woordvoerder Francine Wildenborg toe.

Beperkt

Nu komt geestelijke begeleiding aan huis vaak neer op de schouders van de huisarts of vrijwilligers. Wildenborg: ,,Er zijn huisartsen die ontzettend betrokken zijn en aandacht hebben voor levensvragen, tegelijkertijd is hun tijd maar heel beperkt.''

Ook zorgactivist Carin Gaemers, die samen met AD-columnist Hugo Borst streed voor betere ouderenzorg, is blij met het geld dat het rijk uittrekt. ,,Nu moeten we het met z'n allen normaal gaan vinden dat mensen met zielenpijn naar een geestelijk verzorger gaan, net als gips bij een gebroken been.''

Ouderen

De hulp is straks vooral gericht op ouderen, maar vergeet ook andere leeftijdscategorieën niet, benadrukt de VGVZ. ,,Denk aan jongeren die plots gehandicapt raken na een verkeersongeluk. Hun leven staat op z'n kop. Ook zij zouden thuis een gesprek moeten kunnen krijgen met een geestelijk verzorger.''

In het regeerakkoord staat 35 miljoen euro voor levensbegeleiders gereserveerd. De brief geeft alleen uitsluitsel over 25 miljoen voor de jaren 2019, 2020 en 2021. De VGVZ is blij met de eerste investering, maar maakt zich zorgen over de resterende 10 miljoen die nu niet besteed lijkt te worden. De vereniging gaat hierover in gesprek met het ministerie van Volksgezondheid.