Volledig scherm
Gunter Demnig legt Stolpersteine bij het huis waar in de Tweede Wereldoorlog de familie Gans woonde. © Pim Mul

Stolpersteine als graf voor Bodegraafs gezin

Op de Emmakade in Bodegraven klinkt deze zaterdag een joods gebed. 'Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden, in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil'. In het hebreeuws spreekt de joodse wetenschapper Karel Jongeling het 'Kaddisj' uit, het gebed dat gebruikt wordt bij rouw.

Gerouwd wordt er. Om de familie Gans die in de Tweede Wereldoorlog vermoord werd door de nazi's. In herinnering aan vader, moeder en hun vijf kinderen worden er 'Stolpersteine' geplaatst, met daarop hun naam en sterfdatum.

Zo'n vijftig belangstellenden, onder wie burgemeester Van der Kamp, zijn aanwezig bij het moment dat de Duitse kunstenaar Gunter Demnig de stenen in de bestrating plaatst. Daarna mag iedereen er een kiezelsteentje op leggen. Initiatiefneemster Lourien Marijs: ,,Dit is gebruikelijk op een joodse begraafplaats. Maar de familie Gans heeft geen graf, daarom doen we het nu alsnog hier.''

Quote

Voor hen was met de vrachtwa­gen mee een uitje, ze kwamen verder nergens meer omdat overal bordjes waren met de tekst 'voor joden verboden'

Meneer Griffioen

Herinnering
Velen maken gebruik van de mogelijkheid, ieder met zijn eigen gedachten of herinneringen. Voormalig Bodegraver Griffioen vertelt over zijn ontmoeting met de familie Gans. Met het transportbedrijf van zijn vader werd regelmatig de voorraad van lompenhandelaar Joseph Gans naar Gouda gebracht. In juni 1942 was Griffioen daar zelf bij. ,,De school was gevorderd, daarom ging ik met mijn vader mee in de vrachtwagen. Meneer Gans zat voorin bij mijn vader en ik zat achterin met Levi en Coen. Ze droegen gele jodensterren maar waren heel vrolijk. Ze zwaaiden naar iedereen, en als er iemand terug zwaaide dan ging er een gejuich op. Voor hen was het echt een uitje, ze kwamen verder nergens meer omdat overal bordjes waren met de tekst 'voor joden verboden'. " Eenmaal terug in Bodegraven, werden we vader Gans en zijn beide zoons afgezet. ,,En terwijl wij verder reden, zwaaiden ze naar ons vanaf de Emmakade. Dat was de laatste keer dat ik ze gezien heb.''

Groene Hart