Volledig scherm
de Noordstar molen in Noordbroek © Google Streetview

Het loopt storm op de verkorte molenaarsopleiding van molenstichting Midden- en Oost-Groningen

De opleiding tot volwaardige molenaar duurt drie jaar. Dat is voor veel aspirant-molenaars te lang en de opleiding wordt te intensief gevonden. De molenstichting Midden- en Oost-Groningen bedacht een verkorte opleiding tot moleninstandhouder. Het loopt storm.

Molenstichting Midden- en Oost-Groningen (MSMOG) bezit 10 molens. De stichting wil op elke molen graag twee molenaars, idealiter zijn dat er dus 20, maar de praktijk is dat dat aantal blijft steken op 12. Om aspirant-molenaars over de streep te trekken leidt de stichting zelf mensen op tot moleninstandhouder; dat is een molenaar voor één specifieke molen.

Dus dachten we: dan doen we het zelf maar

Molenaars worden in de regel opgeleid door het Gilde van Vrijwillige Molenaars (GVM), het zogeheten molenaarsgilde. ,,Maar dat duurt drie jaar’’, zegt Reint Huizenga, voorzitter van MSMOG. ,,Aspirant-molenaars ervaren de duur en intensiteit van de opleiding als te zwaar en beginnen er daarom maar niet aan.’’

Overleg met het gilde om de opleiding in te korten leverde niets op. ,,Dus dachten we; dan doen we het zelf maar’’, zegt secretaris Harry Westerhof. Het duurde niet lang voordat de eerste belangstellenden zich meldden. Een leeftijdsgrens is er niet; de moleninstandhouder kan 18 tot 85 jaar zijn. Daarna stopt de verzekering.

Opleiden om de molen te laten draaien

Zo ontstond de opleiding ‘moleninstandhouder’. Dat is een molenaar voor één specifieke molen, eigendom van de stichting. ,,Belangrijk is’’, zegt Lex van der Gaag, molenaar op molen Windlust in Overschild, ,,dat wij opleiden om de molen te laten draaien, niet om op de molen te werken. Voor het draaien wordt de molen ‘uit het werk gezet’. Waait het harder dan windkracht vijf dan mag de instandhouder niet draaien.’’

Het voordeel van een door het gilde opgeleide molenaar, is dat hij of zij op alle wind aangedreven molens in Nederland mag draaien, mist de eigenaar daar toestemming voor geeft. Het gilde is, zegt Westerhof, geïnteresseerd in de verkorte opleiding. ,,Je kunt het zien als een vooropleiding. Eenmaal moleninstandhouder kun je doorleren voor volwaardig molenaar.’’ Dat beroep is twee jaar geleden op de lijst van immaterieel erfgoed gezet.

Betaalt dat werk nou nog een beetje?

De molenstichting Midden- en Oost-Groningen leidt dus alleen op voor de eigen molens, zes poldermolens en vier korenmolens. ,,Het is belangrijk dat een molen draait’’, zegt Van der Gaag. ,,Al is het maar voor het plaatje. Stilstand is achteruitgang, ook voor een molen. Als er niemand meer bij een molen komt, wordt achterstallig onderhoud niet opgemerkt.’’

Naar verwachting wordt in maart begonnen met de opleiding, die is opgedeeld in modules. Er is een onderdeel ‘omgaan met publiek’, ‘veiligheid’ en (niet onbelangrijk voor een molenaar) ‘het weer’. De opleiding is gericht op één specifieke molen. Aldus opgedeeld is de driejarige opleiding teruggebracht naar zes tot negen maanden.

,,Na het succesvol afleggen van het theorie- en praktijkexamen’’, zegt Huizenga, ,,mag de cursist zich moleninstandhouder noemen. Om de molen goed in de vingers te krijgen, wordt het eerste jaar onder toezicht van een professionele molenaar gedraaid.’’ En ook een moleninstandhouder is een vrijwilliger. Degene die de stichting belde met de vraag of dat werk nou nog een beetje betaalde, hing teleurgesteld op.

In samenwerking met indebuurt Groningen