Volledig scherm
Blik op het pand van het Regionaal Historisch Centrum aan de Raiffeisenstraat in Eindhoven. © Vincent Wilke

Streekarchief: 'Samen ambassadeurs zoeken'

BEEK EN DONK - Ze zijn in elk geval in gesprek, de leiding van het Regionaal Historisch Centrum in Eindhoven (RHCe) en de ongeruste geschiedkundigen uit de Peel. En ze blíjven in gesprek, zo werd dinsdagmiddag afgesproken tijdens een bijeenkomst in Beek en Donk. Maar of het RHCe kan voldoen aan alle wensen vanuit deze groep gebruikers, is zeer de vraag. Uiteindelijk is het gewoon een centenkwestie.

Veel van de geschiedkundigen hebben zich verenigd in het Historisch Platform Peelland. Ze maken zich zorgen over de koers van het RHCe. De dienstverlening schiet tekort en ze krijgen te weinig informatie, vinden ze. Als antwoord op die laatste grief trok de leiding van het RHCe gisteren twee uur uit om zaken te verduidelijken en nader tot elkaar te komen.

Enkele tientallen vertegenwoordigers van heemkundekringen en andere organisaties die zich bezighouden met (de presentatie van) historisch onderzoek waren present in Beek en Donk. Onder hen ook de nodige mensen uit Eindhoven. Allemaal willen ze dat het RHCe vaker open is dan de huidige twee dagen in de week en dat het archief wordt gedigitaliseerd, zoals vijftien jaar geleden is beloofd.

Eerdere bezuinigingen

Namens het RHCe brachten waarnemend voorzitter van de bestuurscommissie Frank van der Meijden en interim-directeur Hendrik Noppen de bezuinigingen van de voorbije jaren nog eens in herinnering: het budget ging van 3,7 miljoen euro naar 2,8 miljoen. Zo besloten door de twintig gemeenten voor wie het RHCe de archieven beheert. Oftewel: ergens gaat het dan wringen.

Het RHCe heeft een aantal wettelijke taken. Het is onder meer archiefbewaarplaats en moet toezicht houden op de archiefvorming, wat dan weer een taak is van de gemeenten. Door de bezuinigingen is er noodgedwongen vooral gesneden in personeel  en daarmee kwam er minder capaciteit voor dienstverlening. En dus ook voor het digitaliseren.

Van der Meijden gaf toe dat de band met de gemeenten en de frequente gebruikers van het RHCe hersteld moet worden, onder meer door vaker te overleggen. Hij nodigde de geschiedkundigen nadrukkelijk uit om samen te zoeken naar oplossingen én naar ambassadeurs (lees: geldschieters). Want, zoals Noppen heel duidelijk maakte: „Ik ga graag in gesprek, maar weet dat mijn middelen beperkt zijn.

De kans dat het regionaal archief verhuist naar Den Bosch noemde Noppen overigens ‘gering’. Hij wees op wettelijke regels over maximale reisafstanden.