Volledig scherm
PREMIUM
© AD

Kruijswijk heeft het beste gehaald uit het slechtste moment van z'n loopbaan

ColumnColumnist Thijs Zonneveld denkt dat Steven Kruijswijk tweeënhalf jaar na de val in de sneeuwmuur beter is dan ooit. 'Of het nu de Tour, de Vuelta of een kleinere wedstrijd is: hij rijdt van voren, met de kin omhoog en de ellebogen naar buiten.'

Quote

Kruijswijk verstopt zich niet, hij wacht niet op fouten van anderen, hij heeft schijt aan het dogma dat klasse­ments­ren­ners moeten wachten, wachten en nog meer wachten

Hij stond verdwaasd naast zijn fiets. Helm scheef, bloed op zijn arm. In de sneeuwmuur naast hem stond de afdruk van hemzelf. Op het asfalt lagen de scherven van een roze droom.

Tweeënhalf jaar geleden verloor Steven Kruijswijk de Giro die hij eigenlijk niet meer kon verliezen. Eén stuurfout, één verkeerde inschatting in een linke, linkse bocht – en weg was zijn riante uitgangspositie. Hij moest zijn gehavende lichaam naar de finish slepen. Daar aangekomen hing hij minutenlang over zijn stuur. Hij probeerde uit alle macht wakker te worden uit de nachtmerrie. Dat lukte niet.

Hij had de Giro kunnen winnen. Hij, en niet Tom Dumoulin, had de eerste Nederlander kunnen worden die een grote ronde won sinds de Steentijd. Hij had eeuwige roem kunnen bezitten. En een ingelijste roze trui boven zijn bed, waarnaar hij elke avond met een glimlach naar zou kijken voordat hij zijn ogen sloot.

Het was een kans uit duizenden. Eentje die hij waarschijnlijk maar één keer krijgt. Eentje waarvan je een leven lang kunt treuren dat je ’m hebt gemist. Eentje waarvan je het zou begrijpen dat het je carrière breekt als een rol beschuit die van zes hoog naar beneden valt.