Volledig scherm
PREMIUM
© AD

Wielrennen, ik ken geen sport met zulke dodelijke cijfers

ColumnColumnist Thijs Zonneveld over de dood in het wielrennen. 'De sport staat stil, wacht af en hoopt tegen beter weten in dat het niet nog een keer gebeurt.'

Quote

Er wordt in het wielrennen het liefst zo min mogelijk gesproken over de dood

Fabio Casartelli. Mariano Rojas. Bjørn Stenersen. Vadim Volar. Manuel Sanroma. Saul Morales. Ricardo Otxoa. Denis Zanette. Andrei Kivilev. Fabrice Salanson. Lauri Aus. José María Jiménez. Marco Pantani. Stive Vermaut. Alessio Galetti. Arno Wallaard. Isaac Gálvez. Bruno Neves. Frederiek Nolf. Frank Vandenbroucke.

Dimitri De Fauw. Wouter Weylandt. Xavier Tondo. Rob Goris. Amy Dombrowski. Kristof Goddaert. Annefleur Kalvenhaar. Antoine Demoitié. Daan Myngheer. Étienne Fabre. Michele Scarponi. Michael Goolaerts.

En dat waren alleen nog maar de profs.

De Belgische krant Het Laatste Nieuws had een lijst gemaakt van de renners en rensters die zijn 
over­leden sinds de dag dat Fabio Casartelli in foetushouding op het asfalt lag. Ik kon er niet naar kijken zonder dat mijn maag samen trok. 71 renners en rensters in 23 jaar. Valpartijen, ongelukken, hartstilstanden, zelfmoorden. Zo veel leed, zo veel tranen.

Er wordt in het wielrennen het liefst zo min mogelijk gesproken over de dood. Eigenlijk gebeurt het alleen, schoorvoetend, als er een renner sterft. En dan nog worden er vooral gemeenplaatsen geuit. Dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Dat het niet te vermijden is. Dat de koers op niemand wacht. Soms zelfs dat het erbij hoort.