Volledig scherm
Kampen wil nu doordrukken met het Maritiem Erfgoed Centrum op en rond de koggewerf en daarvoor een nieuwe koepelorganisatie oprichten. © Foto Freddy Schinkel

Frustratie over koers Maritiem Erfgoed Centrum in Kampen

Er zal nog heel wat water door de IJssel moeten stromen voordat het Maritiem Erfgoed Centrum in Kampen een feit is. De hoofdrolspelers op de koggewerf herkennen zich namelijk helemaal niet in een informatienota aan de gemeenteraad, die volgende maand wordt besproken. Daarin staat dat zij van alles op papier moeten zetten over hun toekomstige rol en bijdrage aan het MEC en een overkoepelende stichting boven zich moeten dulden. Daar leggen de stichtingen die zich bezighouden met botters en kogge zich niet zomaar bij neer.

De oprichting van een ‘koepelstichting’ is het eerste punt van een bijgesteld projectplan. Ze zou voor de helft moeten bestaan uit externen die niet betrokken zijn bij stichtingen en verenigingen die nu rond de koggewerf actief zijn. Kampen volgt daarmee een extern adviseur, die constateerde dat de huidige spelers vooral hun eigen doelen nastreven. „Wanneer meer wordt ingezet op nieuwe impulsen en verbanden, is meer ‘vers bloed’ en een gezamenlijke ambitie nodig”, zo luidt het advies. De nieuwe stichting moet er voor zorgen dat er een MEC komt dat ‘het maritiem erfgoed meer dan nu bijdraagt aan een aantrekkelijke stad voor inwoners en bezoekers’.

Zere been

Het is tegen het zere been van Tjiebe Henniphof, scheidend voorzitter van de Stichting tot behoud van Kamper Botters. „Wat is de toegevoegde waarde? We kunnen prima onze eigen broek ophouden”, zegt Henniphof. „Als je in acht jaar tijd niks voor elkaar krijgt, gaat zo’n nieuwe club dat ook niet redden.” Hij is gefrustreerd, geeft hij toe. „Ik word er moe en verdrietig van. De samenwerking op de werf is prima en we willen meewerken, maar we komen geen stap verder. Als ze geen vertrouwen in ons hebben, zeg dat dan gewoon. Wat heeft dit al wel niet aan adviseurs gekost?”

Twijfel

Ook Arjen Hendriks van de Kamper Kogge twijfelt aan het plan. En als er dan een koepel moet komen, dan moet ‘ie misschien nog wel veel breder. „Want wat is de positie van het MEC in de marketing van de stad?”, vraagt hij zich hardop af. „We zien dat we gemeenschappelijk moeten optrekken, maar de vorm is wel van belang. De discussie daarover is nog niet gevoerd.”

Dat de stichtingen van de gemeente moeten gaan opschrijven wat ze over drie jaar willen bereiken en hoe ze dat concreet gaan realiseren, zoals in de raadsnotitie staat, lezen ze voor het eerst. En dat geldt ook voor de opdracht om te beschrijven hoe ze geld denken in te brengen voor het realiseren van de MEC doelen. „Ik vind het interessant te lezen. Maar we zijn er niet mee bezig”, reageert Hendriks. „Wij hebben geen opdracht gehad”, zegt Henniphof. „We doen al heel veel en hebben al zoveel papieren ingeleverd. Maar je hoort er nooit meer iets van. Dit hebben we niet besproken.”

Huiswerk

„Eigenlijk staat alles al op papier, dus ik snap niet waarom ze dit bevreemdt”, reageert burgemeester Bort Koelewijn, die dit project in zijn portefeuille heeft. „Ze hebben hun huiswerk al gedaan.”

Miljoen euro

Van een gebrek aan vertrouwen is volgens Koelewijn geen sprake. Externe bestuurders moeten volgens de burgemeester zorgen voor een goede verbinding met onderwijs en toerisme. Er is straks al met al een miljoen euro gestoken in de koggewerf, ondanks bezuinigingen. Dat mag volgens Koelewijn niet voor niets zijn geweest.

Het dossier sleept zich al jaren voort en nu is het volgens Koelewijn tijd om het af te ronden.  „Ik heb me steeds zoveel mogelijk op afstand gehouden, maar als het niet tot stand komt moet ik de regie nemen. Ik snap hun zorg over het inleveren van autonomie. Maar we gaan hun activiteiten juist verrijken en voorkomen dat ze terugvallen in hun oude sporen. We moeten voorkomen dat er straks wel van alles nieuw is gebouwd, maar dat er geen nieuwe activiteiten worden ontwikkeld. Het wordt niet een kwestie van afdwingen, maar met elkaar jaarplannen ontwikkelen en zaken op elkaar afstemmen.”