Volledig scherm
Jasmijn Rowling en Lina Boubakker eten voor het eerst een krekelburger. © Angeliek de Jonge

De krekelhamburger: goed voor het milieu en bij dit restaurant nog populair ook

Tussen de runderhamburgers en de vegetarische burgers staat deze maand een bijzondere ‘special’ op het menu bij de restaurants van Meneer Smakers in Utrecht: ‘De Ome Japie’. Een krekelburger. En hij is populair, vertelt Bram van Riet, manager bij de Utrechtse horecazaak.

Het idee voor de krekelburger is het resultaat van een samenwerking met een startup van vier Utrechtse ondernemers: Jaapie Food in Werkhoven. Nu, een paar maanden na het eerste idee, staan de burgers een maand lang op de menukaart bij het Utrechtse hamburgerrestaurant. ,,Ze verkopen best aardig. Je hebt wel wat overtuigingskracht nodig bij sommigen om hem te verkopen, maar dat is ook wel begrijpelijk. Ze gaan niet zo hard als de andere burgers, maar dat hoeft ook helemaal niet. We willen iets bijzonders neerzetten. Mensen zijn altijd wel verrast over de smaak: het is in ieder geval niet standaard.”

De specials, die elke maand veranderen, worden bedacht door twee medewerkers. Van Riet: ,,Ik geef ze een denkrichting mee. Je ziet dat steeds meer mensen bezig zijn met vegetarisch of veganistisch eten. Mensen worden steeds bewuster. We zijn een keertje gaan krekels gaan proeven en eigenlijk was het wel heel lekker. We hebben er een burger van gemaakt op een bedje van witte kool, met rode ui. Daarbij zit een Thaise tapenade en een pittig sausje.”

Krekels kweken

De krekels zijn afkomstig uit Werkhoven, waar Folkert de Jong (22) met zijn broer Matthijs (28) en vader Arie (60) de diertjes kweekt. ,,Het idee om krekels te gaan kweken ontstond in 2016, een jaar later begonnen we met een paar krekels, die hebben zich vanzelf vermenigvuldigd.” Nu hebben de mannen een schuur met miljoenen krekels. ,,Die zitten allemaal gestructureerd in kunststof bakken. Het is een vochtige ruimte waar het continu zo’n 30 graden is. Als de dieren aan het eind van hun leven zijn, worden ze ‘geoogst’. Dat is na zo'n veertig dagen, zo oud worden ze in de natuur ook.” De dieren gaan dan in de vriezer en daarna door de maler. 

De burger zelf ziet er niet anders uit dan ‘gewone’ burgers, al is de textuur wel anders: ,,Je ziet niet terug dat het om krekels gaat.” De krekels zijn een stuk duurzamer dan bijvoorbeeld het houden van koeien. ,,Er is veel minder water nodig, er is minder CO2 uitstoot en je hebt ook veel minder land nodig. De krekels worden gevoed met restvoedsel van andere industrieën. Zoals restjes van de pastafabriek, of van bakkers. Dus dat gaat voedselverspilling tegen. En de krekelboerderij draait volledig op zonne-energie.”

De vraag naar krekelproducten neemt volgens De Jong behoorlijk toe. ,,In Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Scandinavië is de vraag al behoorlijk, in Nederland valt het nog mee. Er was nog geen echt goed krekelproduct op de markt.” Nu is die er volgens hem wel met de krekelburger. ,,Het gaat erom dat er iets lekkers is. Hoe goed het verhaal erachter ook is. En mensen moeten het product nog ontdekken, want wat de boer niet kent, dat vreet hij niet.”