Volledig scherm
‘De momenten van verdriet in het boek zijn vulkaanuitbarstinkjes door het schild van woede heen.’ © Dingena Mol

Anna Enquist: ‘Ik zou graag wat kwader willen zijn’

Anna Enquists nieuwe roman is een boek vol ingehouden ergernis en woede. Nooit eerder schreef ze zo vrij, zonder te weten waar het verhaal heen ging.

Na poëziebundel Hoor de stad en haar herinneringen aan dichter Gerrit Kouwenaar, Een tuin in de winter, had Anna Enquist (72) behoefte aan ‘een lekker project’ - een roman dus. Ze schreef een vervolg op het in 2014 verschenen Kwartet, waarin vier vrienden tijdens hun repetitie als strijkkwartet worden gegijzeld door een gevluchte crimineel. Want de avond gaat verder waar Kwartet ophield. Het strijkkwartet bestaat niet meer en de hoofdpersonen zijn allemaal getraumatiseerd. ,,Ik dacht steeds: hoe moeten die mensen verder?”

Quote

Ik was benieuwd hoe het de romanperso­na­ges uit 'Kwartet' zou vergaan

Hoe iemand verder moet na een groot verlies is een belangrijk thema in uw werk. Wat valt daar nog aan te ontdekken?
,,Hoe ik ook mijn best doe - of ik nu een historische roman schrijf over kapitein Cook of een opdrachtroman voor het VU-ziekenhuis - de thematiek komt inderdaad steeds op hetzelfde neer: hoe krabbelen mensen die klappen krijgen weer op? Klappen krijgen, dat overkomt iedereen. Als psychotherapeut ben ik daar al mijn hele leven mee bezig.

Mensen hebben verschillende manieren om ermee om te gaan. Ik was benieuwd hoe het de romanpersonages zou vergaan. Jochem en Carolien, Heleen en Hugo zijn vijftigers, dus de grootste veerkracht is er misschien al uit. Ze moeten iets loslaten wat belangrijk voor ze was: samen musiceren. Jochem is bang geworden en door paranoia bevangen; hij bouwt zijn huis om tot een vesting. Zijn vrouw Carolien is depressief, op het apathische af. Zij doet niets meer en gebruikt het feit dat ze haar pink is verloren als excuus om niet meer te werken en geen cello meer te spelen. Heleen negeert het trauma; ze wil er niets meer van weten. Van een gezellige dikke menselijke vrouw verandert ze in een magere dame met kort rood spriethaar. En Hugo vlucht in zijn werk.

Ik vind het mooi al die verschillende manieren om met een traumatische gebeurtenis om te gaan te beschrijven.”

Nooit bang dat lezers denken: we weten het nu wel?
,,Nee, mijn boeken hebben steeds weer een andere vorm. De ene keer bevind je je als lezer in een ziekenhuis, dan ben je weer in de 18de eeuw op een zeilschip. Bovendien is de thematiek universeel - dat zal mensen eerder een gevoel van herkenning geven, denk ik. Al zijn ze voor de een harder dan voor de ander, we krijgen allemáál klappen in het leven.”

De menselijke neiging is doorgaans vluchten en gevoelens onder het tapijt vegen. Waarom kiezen uw personages niet voor een constructievere manier om met hun verlies om te gaan?
,,Carolien voelt het verdriet, en bij haar resulteert dat in een depressie. De anderen verdringen het inderdaad. Vanuit mijn praktijk als psychotherapeut herken ik dat mechanisme. Als iemand als Hugo bij mij in therapie zou komen, zou ik proberen bij het gevoel te komen dat onder zijn hyperactiviteit verscholen ligt.

Maar de mensen in dit boek gaan niet in therapie, die blijven er zelf mee zitten. Wat mij het meest verraste was de ontwikkeling van Carolien, die had ik niet bedacht. Zij krijgt het zo benauwd van haar man, dat ze naar een andere man vlucht. Langzaam komt ze in beweging, begint ze opnieuw te voelen, raakt ze weer geïnteresseerd in de wereld om haar heen, zelfs in muziek. De situatie wordt op de spits gedreven omdat ze de prachtige, dure cello van haar muziekleraar erft. Dat instrument fungeert als breekijzer. Als ze terugkomt uit China, pakt ze de cello op om stiekem te spelen.’’

Volledig scherm
© Studio Vonq

Er zit veel ergernis en woede in het boek.
,,Woede is afweer tegen verdriet en machteloosheid. Mensen die zich in een bepaalde situatie enorm bedreigd en machteloos hebben gevoeld, kunnen daar achteraf heel kwaad van worden.

In het boek gaat het natuurlijk om het gemis van de vriendschap en steun die ze aan elkaar hadden. Hun woede richten ze op alles waar ze het maar op kunnen richten - en natuurlijk vooral op elkaar en zichzelf. De momenten van verdriet in het boek zijn vulkaanuitbarstinkjes door dat schild van woede heen.”

Is dat herkenbaar voor u? U hebt het verlies van uw dochter moeten verwerken.
,,Nee, woede is niet mijn sterkste kant. Ik heb blijkbaar minder afstand tot mijn verdriet. Ik zou zelf graag wat kwader willen kunnen zijn.”

Ze glimlacht. ,,Daarom was het wel héél lekker dit zo te beschrijven.”

Waarom wilde u een vervolg op 'Kwartet' schrijven?
,,De personages uit dat boek, met name Jochem en Carolien, lieten me niet los, en een ander idee voor een nieuwe roman had ik niet. Toevallig - en met veel plezier - las ik afgelopen jaar veel series boeken, zoals de Napolitaanse romans van Elena Ferrante, de prachtige Old Filth-trilogie van Jane Gardam en de Kessels-trilogie van P.F. Thomése. Dat bracht me op het idee dat ik een roman kon schrijven over hoofdpersonen die ik al kende.

Een vervolgroman schrijven kent speciale uitdagingen en daar had ik me nog niet eerder aan gewaagd. Zo moet het een zelfstandig te lezen boek zijn, maar wel voldoende informatie bevatten over het verhaal uit het voorgaande boek, en dat is best lastig. Tijdens het schrijven had ik lange tijd het gevoel dat het nergens toe leidde. Als iemand van de uitgeverij vroeg waar het over ging, antwoordde ik: ‘Geen idéé! Mijn personages hebben alleen maar ruzie met elkaar.’

Ik zat in het hoofd van de twee hoofdpersonen, er wordt veel gedacht en inwendig gepraat in het boek, maar dat doen ze nauwelijks met elkaar - over en weer is het vooral verwijt. Hoe gaan die vier elkaar weer onder ogen komen? De oplossing kreeg ik pas toen ik me realiseerde dat er een rechtszaak moest komen waarbij ze moesten getuigen tegen die misdadiger.”

Quote

Ja, het is best een mooi einde, hè?

Wordt schrijven met de jaren makkelijker?
,,In zekere zin wel. Schrijven zonder schema, dat durfde ik vroeger niet. Uit angst dat het anders niks zou worden en ik twee jaar voor niks had geïnvesteerd, deelde ik vroeger mijn romans vooraf al helemaal in scènes in. Bij Want de avond heb ik mezelf heel veel ruimte gegeven en wist ik absoluut niet waar het allemaal naartoe zou gaan. Ik heb nog nooit eerder zo vrij geschreven als nu.”


De roman eindigt hoopvoller dan uw eerdere boeken.
,,Ja, het is best een mooi einde, hè? De vier komen elkaar in elk geval weer onder ogen. Of hun vriendschap wordt hersteld en of ze opnieuw samen gaan spelen, daar gaat het niet over. Maar in elk geval praten ze weer met elkaar. Dat slot diende zich vanzelf aan, en ik vond het wel prettig om eens een keer een góéd einde te schrijven.”