Volledig scherm
© ROBIN UTRECHT

Hoogtepunt op de Canal Parade: Moet dat nou? (Ja, dat moet!)

Gay prideGlitters, boa’s en boten. Vandaag wordt in Amsterdam de jaarlijkse Canal Parade gehouden. Een leuk feestje, maar ook een heel noodzakelijk feestje, zegt journalist Gijs van der Sanden.

Vorig jaar stond ik tijdens de Canal Parade op de Westermarkt in Amsterdam, vlakbij het Homomonument. Op het podium zweepte een dragqueen met metershoge hakken het publiek op. Uit de luidsprekers klonk vrolijke house. De zon scheen. In het publiek euforische twintigers, dertigers, kinderen die uitbundig meedansten, een bejaarde vrouw in een rolstoel met een regenboogvlag over haar schouders gedrapeerd, Amsterdammers, Brabanders, Tukkers, toeristen uit alle windstreken, zwarte mensen, witte mensen, transgenders, hetero’s, leernichten, lesbiennes en alles wat daar maar tussenin zit.

Hoogtepunt

Quote

Ik ken geen ander evenement dat zo vrolijk en verwelko­mend is, en toch is de Canal Parade
elk jaar weer voer voor discussie

In zo’n bont, divers gezelschap - niet alleen op het gebied van seksuele voorkeur, maar ook qua afkomst en leeftijd - bevind ik me eigenlijk maar één keer per jaar: tijdens het eerste weekend van augustus, als de Amsterdam Pride haar hoogtepunt beleeft met de Canal Parade. Dat weekend blokkeer ik standaard in mijn agenda. Mijn vrienden en ik kijken er altijd maanden naar uit. Dit jaar heb ik er zelfs een belachelijk vroege, oncomfortabele vlucht uit Rome voor over - waar ik een dag daarvoor voor een bruiloft moet zijn - zodat ik ’s ochtends om negen uur op Schiphol sta en meteen mee kan doen aan de festiviteiten. Dan maar geen slaap.

Ik ken geen ander evenement dat zo vrolijk en verwelkomend is, en toch is de Canal Parade georganiseerd door Pride Amsterdam - voorheen Amsterdam Gay Pride - elk jaar weer voer voor discussie. Vaak gaat die discussie over de vraag of zo’n uitbundig, extravagant feest wel bijdraagt aan de emancipatie van LHBT+’ers (lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transgenders en een plusje voor elke andere niet-heteroseksuele geaardheid of identiteit). Kweekt het niet alleen maar onbegrip, klinkt het vaak, als je als homoman in een weinig verhullend broekje op een boot je seksualiteit staat uit te dragen?

Vooropgesteld dat ik van mening ben dat mensen helemaal zelf moeten weten hoe zij uiting geven aan hun seksualiteit - een keuze die, vind ik, geen verdere verdediging behoeft - wil ik hier best een aantal dingen over zeggen. Laten we de meest hardnekkige bedenkingen bij de Canal Parade eens tegen licht houden.

Het gaat toch goed met de Nederlandse homo-acceptatie? Is zo’n evenement nog wel nodig?
Het gaat inderdaad steeds beter met de acceptatie van homo’s in Nederland. Tenminste, als je naar de statistieken kijkt. In mei bracht het Sociaal en Cultureel Planbureau nieuwe cijfers naar buiten die hoopvol stemmen. Zo staat inmiddels 74 procent van de Nederlandse bevolking positief tegenover homoseksualiteit. In 2006 - nog niet eens zo lang geleden - was dat nog maar 53 procent. De cijfers laten al jaren een stijgende lijn zien.

Quote

De teneur in Nederland is: je mag wel homo zijn,
maar je moet het niet te veel laten zien

Homo’s mogen in Nederland sinds april 2001, als eerste land in de wereld, met elkaar trouwen. In de Nederlandse media zijn het (godzijdank) allang niet meer alleen Geer en Goor die openlijk hun homoseksualiteit uitdragen. En ook voor andere niet-heteroseksuele identiteiten, zoals transgenders, komt steeds meer aandacht. Dat het anno 2018 makkelijker is om LHBT+’er te zijn dan vijftig jaar geleden, staat buiten kijf.

Hierdoor kan het idee ontstaan dat de strijd inmiddels wel gestreden is. Maar onder de oppervlakte van al die ogenschijnlijke acceptatie gaat nog een hoop afkeuring schuil.

De teneur in Nederland is: je mag wel homo zijn, je moet het alleen niet te veel laten zien. Naar voorbeelden die dat illustreren hoef je niet lang te zoeken. Pakkenfabrikant SuitSupply verloor begin dit jaar nog zo’n twaalfduizend volgers op Instagram, bij de lancering van een nieuwe campagne waarin twee zoenende mannen de hoofdrol speelden. Bushokjes waarin de posters te zien waren, werden beklad en vernield.

Ook geweld tegen LHBT+’ers is nog altijd aan de orde van de dag. Het aantal meldingen en aangiften is sinds 2008 sterk toegenomen, toont het jaarlijkse POLDIS-rapport (Politiecijfers over Discriminatie). Tien jaar geleden waren er 300 tot 400 meldingen per jaar, de afgelopen jaren zijn dat er stukken meer: tussen de 1000 en 1500. Het is niet te achterhalen of dit een toename is van het geweld of dat mensen gemakkelijker aangifte doen, maar vaststaat dat geweld tegen LHBT+’ers in Nederland nog altijd een groot probleem is.

Voor mij als homoman betekent dit, heel concreet, dat het anno 2018 nog altijd niet vanzelfsprekend is om met een geliefde hand in hand over straat te lopen. Als ik dat doe, neem ik een risico. Een risico waar hetero’s, uitzonderingen daargelaten, nooit over hoeven na te denken.

Vergeet bovendien niet dat er nog altijd ruim zeventig landen in de wereld zijn waar homoseksuele relaties strafbaar zijn. En waar homoseksualiteit soms zelfs leidt tot de doodstraf. De beelden van de Canal Parade gaan de hele wereld over en dat maakt het evenement ook in internationaal perspectief relevant.

Dus: is zo’n evenement nog nodig? Het antwoord lijkt me duidelijk. Zolang LHBT+’ers niet het leven kunnen leiden zoals zij dat willen, is die ene keer per jaar waarin ze hun seksualiteit kunnen uitdragen op de manier zoals zij dat willen niet alleen maar een leuk feestje. Het is een noodzakelijk feestje.

Volledig scherm

Maar waarom zo bloot? Daarmee bevestig je toch alleen maar stereotypen?

Als je stereotypebeeld van de homo is dat hij in een roze boa en in een glitterstring op een boot We Are Family van Sister Sledge meeblèrt, zegt dat meer over jou dan over de homogemeenschap, vrees ik.

Er varen dit jaar tachtig boten mee in de Canal Parade, met elk hun eigen karakter, zoals een Iraanse boot, een World Religion Boat en een boot van het Roze in Blauw-netwerk van de politie. Die boten tonen nu juist hoe divers de LHBT+-gemeenschap is. Frits Huffnagel, VVD-politicus en voorzitter van Pride Amsterdam, riep begin dit jaar tijdens de bekendmaking van de boten juist gekscherend op tot méér bloot.

Het valt dus wel mee, met al die blote billen. Waar de Canal Parade wat mij betreft om draait, is dat je meedoet op een manier die bij jóú past, of dat nu poedelnaakt is, in een leren tuigje of in een wollen coltrui (al lijkt die laatste optie me wat warm, begin augustus).

Over die vermeende naaktheid wil ik trouwens nog wel iets zeggen. Want wie zegt dat blote billen niet bijdragen aan de emancipatie, zegt eigenlijk dat acceptatie van LHBT+’ers pas kan plaatsvinden als zij zich ‘normaal’ gedragen. Maar dat is geen acceptatie, dat is voorwaardelijke acceptatie, met mitsen en maren. Bovendien: wat is normaal? Wie bepaalt dat? En als er al zoiets bestaat als ‘normaal’, waarom is het dan zó erg als sommige mensen van die norm afwijken? Is het bedreigend? Heb je er werkelijk last van? Als het antwoord op die laatste twee vragen ‘ja’ is, lijkt dit me een goed moment om eens goed in de spiegel te kijken en je af te vragen waar die angst bij jou precies vandaan komt.

Quote

En als er al zoiets bestaat als ‘normaal’, waarom is het dan zó erg als sommige mensen van die norm afwijken? Is het bedreigend? Heb je er werkelijk last van?

Meer dan voor exhibitionisme of promiscuïteit, staat die naaktheid voor mij voor een gevoel van bevrijding en trots zijn op wie je bent. Het is een begrijpelijke reactie op een maatschappij die LHBT+’ers nog altijd niet volledig accepteert zoals ze (willen) zijn. Eigenlijk dragen die blote billen dus eerder een politieke dan een seksuele boodschap uit: wij zijn er en jullie kunnen niet om ons heen.

Naast de botenparade organiseert Amsterdam Pride trouwens heel veel andere evenementen die allemaal bijdragen aan de acceptatie en emancipatie van LHBT+’ers, zoals de Pride Walk, roze kerkdiensten, exposities, sporttoernooien, debatavonden en film- en theatervoorstellingen. Wie geen zin heeft in een zomers feest, met een paar blote billen hier en daar, heeft dus genoeg andere opties.

Volledig scherm

Er is toch ook geen Straight Parade?
Lieverd, kijk eens om je heen. Het is het hele jaar lang - 365 dagen per jaar - Straight Parade. Waar in Nederland je ook woont, hetero’s vormen de norm. Mij is meer dan eens gevraagd of ik in een relatie het mannetje of het vrouwtje ben. Dit is een typisch voorbeeld van die heteronorm, waarbinnen de relatie tussen een man en vrouw als natuurlijk en volstrekt vanzelfsprekend wordt gezien. Die norm is zó hardnekkig, dat mensen die ook op LHBT+’ers projecteren, om ze in een duidelijk, afgebakend hokje te kunnen plaatsen.

Hoe moeilijk we het vinden om buiten die hokjes te denken, blijkt wel uit het feit hoe woedend de tegenstanders van genderneutrale wc’s kunnen worden. In de beleving van veel mensen is iemand óf man óf vrouw. Voor een gender dat ergens tussen mannelijk en vrouwelijk in zit, wordt vaak nog weinig begrip opgebracht. Ook het feit dat LHBT+’ers uit de kast moeten komen met hun ‘afwijkende’ geaardheid is een bevestiging van die heteronorm. Heb je iemand ooit horen zeggen: ‘Pap, mam, ik moet jullie wat vertellen: ik ben hetero’? Precies.

Ook al ben ik helemaal oké met mijn geaardheid, ik blijf me als homoman op genoeg momenten anders voelen. Afwijkend. Als ik op straat iemand ‘vuile flikker’ hoor zeggen, sta ik altijd meteen op scherp, bang dat iemand het over mij heeft. Die twee woorden appelleren aan een oude, diepe pijn die veel homomannen zullen herkennen en die eens in de zoveel tijd weer even voelbaar is. Door een opmerking, een blik, een nieuwsbericht.

Dat gevoel af te wijken wordt in verband gebracht met het feit dat LHBT+’ers vaker kampen met psychische problemen, eenzaamheid en suïcidale gedachten dan hetero’s. Cijfers laten dat keer op keer zien. De Canal Parade is dat ene weekend in het jaar waarin niet de hetero, maar de LHBT+’er de norm bepaalt in het straatbeeld. Ik kan je vertellen: dat is een verademing.

Lang niet alle homo’s herkennen zich erin
Net zoals niet alle Brabanders en Limburgers van carnaval houden, houden ook niet alle LHBT+’ers van de Canal Parade. Wie liever thuis wil blijven, moet dat vooral doen. Mee feesten is geen verplichting. Het zou jammer zijn als de thuisblijvers beelden van de parade voorbij zien komen en daarbij het gevoel krijgen dat ze niet welkom zouden zijn. Ik kan me voorstellen dat het voor sommige LHBT+’ers intimiderend kan zijn, die botenparade. Zeker voor wie nog niet zo lang geleden naar buiten is getreden met zijn of haar geaardheid.

Die mensen zou ik tóch willen aanraden om eens een kijkje te komen nemen. Ik vermoed dat ze positief verrast zullen zijn. Nogmaals: welke invulling je aan het evenement wilt geven, bepaal je helemaal zelf.

Wat bereik je nou met zo’n feestje?
Als in de kast zittende, Brabantse puber hadden de beelden van de Canal Parade altijd een magische uitwerking op me. Dus zo kon het ook. In plaats van je te schamen voor je seksualiteit, kun je die ook tonen, vieren, vol trots en zonder compromis. Het was best spannend, mijn eerste Canal Parade, maar het voelde als thuiskomen. En zo voelt het na al die jaren nog steeds. Dát bereik je met zo’n feestje.

Volledig scherm
© ANP