Volledig scherm
Egbert Jan Riethof (64) is journalist. Hij heeft een dochter (25) en een zoon (23). Egbert Jan woont in z’n eentje in een huis met drie verdiepingen. © Joost Hoving

'Jij zou de wc schoonmaken'

Egbert-JanJarenlang lachten Egbert Jan en zijn vrouw kleine ergernissen weg. Totdat ze dat niet meer deden.

We staan in de supermarkt. Ik: ,,Iets met aardappelen? Of liever rijst?’’ ,,Ja.’’
Dit is geen grapje van mijn vrouw. Een paar jaar heeft het gekost voor ik dit soort wendingen kon volgen: krijgt ze - bijvoorbeeld - een vraag waarin een keuze is verwerkt, dan zegt ze ja of nee op de laatst genoemde mogelijkheid. Rijst dus.
Jarenlang vind je zoiets boeiend. Je geeft om haar, dat zit diep.
Soms lukt het wat minder.
Zij: ,,Jij zou de wc schoonmaken.’’
,,Valt niet te ontkennen.’’
,,Ik wil niet in zo’n bende leven. Doe het verdomme. Hou je aan je afspraak.’’
Wonderlijk, die afspraak is van vijf minuten geleden. Nu hoor ik kille woede. Afwijzing. We hebben het over een wc, toch? Ik tenminste wel.
Dat heb je soms. De wind komt uit een bepaalde richting, en dan heb je het gedaan. Je voelt je schuldig, dat verdien je. Vaag heb ik het idee dat het iets met man-zijn te maken heeft.

Quote

Ben je alleen met je kinderen, dan kun je een moederlij­ke vader zijn

Egbert Jan

We hadden twee kleine kinderen en mijn streven was de huishoudelijke en zorgtaken te delen. Daarbij stuitte ik op een merkwaardige hindernis: dat was helemaal niet zo gewenst.
Ooit, toen mijn zoon een hummeltje was, nam ik hem voorzichtig over uit moeders armen en begon hem een rondje door de straten te dragen. Vredig praatte ik tegen hem terwijl we keken naar lantaarnpalen en tuinhekjes. Wat een aandoenlijk tafereel.
,,Mama toe.’’
,,Kijk, Yann, wat een lief hondje.’’
,,Mama toe.’’
Veel vaders kennen dit: ben je alleen met je kinderen, dan kun je een moederlijke vader zijn. Is mama in de buurt, dan slinken je kansen.

Quote

Jullie waren een team, dacht ik altijd

Zoon Yann

Verder deed ik in het kader van mijn streven van begin af aan de was, alle was, van iedereen. Altijd had ik de indruk dat mijn dierbare dat eigenlijk niet goed kon zetten. Op een dag heb ik het haar gevraagd.
,,Verschrikkelijk’’, antwoordde ze. ,,Ik kan het niet aanzien. Zoals je het sorteert. Zoals je het ophangt. En opvouwen kun je al helemaal niet.’’
Om de meeste van die dingen lachten we vroeg of laat, of we overlegden. ,,Jullie waren een team, dacht ik altijd’’, zei zoon toen we uit elkaar waren. Dat waren we ook. Maar die paar dingen waarbij het lachen uitbleef - die deden ons de das om.
Bijvoorbeeld als ik dacht dat het over een wc ging.

Reageren? magazine@persgroep.nl