Volledig scherm
De brandweer. (Archieffoto.) © ANP

Celstraf voor brandstichting in woning van ex en stiefkinderen in Kerkrade

Richard E. is veroordeeld tot 4,5 jaar cel voor brandstichting in de woning van zijn ex-vrouw en haar kinderen aan de Kokelestraat in Kerkrade op 19 juli vorig jaar.

Dat schrijft De Limburger. Tijdens de brandstichting waren de achttienjarige dochter en de zevenjarige zoon van de ex en verschillende dieren in de woning aanwezig. De rechtbank in Maastricht acht de 41-jarige E. schuldig aan poging tot doodslag. Justitie eiste twee weken geleden dezelfde straf voor de uit de hand gelopen vechtscheiding.

Slaapkamer

In de dagen voor de brand uitte E. al ernstige bedreigingen richting zijn ex-vrouw. Zo zou zij kapotgaan en niks meer overhouden. Op de bewuste dag hoorde haar dochter rond 14.30 uur een harde klap in de woning, waarna de deur tussen de gang en de woonkamer open vloog. In de gang zag ze dat haar ex-stiefvader iets in de slaapkamer van haar broertje gooide en daarna snel de woning verliet. Direct ontstond een grote brand.

De twee wisten de woning op tijd te verlaten. Ondanks de inzet van de toegesnelde hulpdiensten was de materiële schade enorm.

In het oordeel noemt de rechtbank de handelwijze van E. ‘gewetenloos en hardvochtig’. „Dat de verdachte vooral het zevenjarig zoontje zou treffen, was hem kennelijk om het even.” Uit de slachtofferverklaring blijkt dat het jongetje, op wiens matras de brand ontstond, nog altijd niet over het incident heen is. Hij beschouwde E. als zijn vader en vraagt zich nog steeds af wat hij fout gedaan heeft.

Erbij gelapt

E. ontkent iedere betrokkenheid en zijn advocaat pleitte dan ook voor vrijspraak. De man zegt die dag wel in de buurt te zijn geweest, maar de brand niet gesticht te hebben. Hij zou eerst een afspraak bij een uitzendbureau in Heerlen en daarna een gesprek met een bekende hebben gehad. Het feit dat zijn ex-stiefdochter hem ter plekke heeft gezien, klopt volgens hem niet. Zij zou hem ‘erbij willen lappen’.

De rechter twijfelt echter niet aan de betrouwbaarheid van de belangrijke getuige. Daarbij wordt meegenomen dat E. pas met zijn alternatieve scenario kwam toen het hele procesdossier er lag.