Volledig scherm
© PR

Paskal geeft zich bloot

Geen BlØf, maar wel 100% Paskal. De Zeeuwse zanger gaat solo de theaters in met zijn muzikale zelfportret Stedentrip.

Aanvankelijk was het de bedoeling van Paskal Jakobsen een programma samen te stellen met zijn favoriete covers. Liedjes waarmee hij is opgegroeid, liedjes die hij zelf graag onder de douche zingt. Van Maarten van Roozendaal, Ramses Shaffy, Rob de Nijs, Thé Lau, Bram Vermeulen. Gaandeweg ontstond een zelfportret, opgebouwd uit bestaande én nieu­we liedjes. "Het is een verhaal van geboren worden tot doodgaan. Een verhaal over hoe ik muziekvrienden heb leren kennen, hoe ik vader ben geworden, over Zeeland, waar ik mijn leven lang wil blijven wonen."

Als tiener luisterde Jakobsen naar zangers als Rob de Nijs en Bram Vermeulen. Die invloeden zijn wel merkbaar in zijn manier van zingen, maar dat valt binnen het repertoire van Bløf nauwelijks op. "Een liedje als Zonder jou van Rob de Nijs zou er bij de band niet doorheen komen. Ik krijg er een nostalgisch gevoel bij. Soms is dat genoeg hè, als het raakt aan een groot gevoel uit je jeugd."

Ontroerd
Andere liedjes heeft hij uitgekozen omdat ze inhoudelijk iets over hem zeggen. "Ik raak ontroerd door Is dit nu later van Stef Bos. Waarom is dat? Omdat het over mij gaat. Op het moment dat je kippenvel krijgt en het je ontroert, gaat het over jou. Ik meen het als ik het zing. Het gaat over een volwassen man die terugkijkt op zijn wensen en zijn dromen. Ik ben niet bitter of teleurgesteld, mijn leven is mooi verlopen, ik heb altijd gestaan achter wat ik doe, ik heb mezelf niet verloochend, terwijl dat liedje daar wel over gaat. Maar voor mij gaat het veel meer over hoofd- en bijzaken scheiden. Daar ben ik niet zo goed in. Dat maakt mij boos en dat besef zit in dat liedje."

Luchtig
Het luchtigste moment van de theatershow is Jakobsens versie van Op fietse van Skik. "Ik belde Daniël Lohues om te vragen of er een Nederlandse vertaling van dat nummer bestaat, want ik wilde het zo graag spelen. 'Die is er niet', zei hij, 'en daar heb jij toch niks aan. Het gaat over Drenthe en jij woont in Zeeland. Je moet je eigen tekst schrijven.' Daar ben ik mee aan de slag gegaan. Het gaat nu over het rondje dat ik vroeger op Walcheren reed met mijn Zündapp. Die tekst is echt uit nostalgie en herinnering geboren. Ik heb 'm opgestuurd naar Daniël. 'Je hebt het begrepen', antwoordde hij."

Toen het idee voor Stedentrip ontstond had Jakobsen nauwelijks eigen liedjes, maar het afgelopen jaar kwamen er steeds meer bij. "Aanvankelijk had ik alleen Leun op mij, dat ik ooit schreef voor Ruth Jacott. Die zou er mooi in passen. Maar ik ben steeds meer liedjes met anderen gaan schrijven. Het eerste was Ik zoek alleen mezelf met Sanne Hans, Miss Montreal. Iedereen binnen Bløf was het daar mee eens. Dat gunden ze me. Het werd een bescheiden radiohit. Daardoor besefte ik dat het werkte en ging ik meer co-writes doen."

Tegengas
Hij schreef onder andere liedjes met Guus Meeuwis en Edwin Evers. "Gaandeweg kwam ik er achter dat ik ook best in het Nederlands kan schrijven. Heel persoonlijk, minder poëtisch dan Peter (Slager, tekstschrijver van Bløf, red.), maar helemaal vanuit mij. Binnen de band hebben we een vorm van liedjes schrijven die best wel vaststaat. Degene met de meeste overtuiging wint de discussie. Je wordt elkaars richting opgedreven. Ik vind het wel interessant om te onderzoeken wat er gebeurt als niemand tegengas geeft. Waar ben ik dan? Ik moest het zelf doen en ik merkte dat ik meer kan dan ik dacht. Ik heb een drang om te bewijzen dat ik het kan. Aan mezelf, aan het publiek, aan de band."

Dat binnen Bløf de laatste jaren meer ruimte is ontstaan voor individuele projecten, wil niet zeggen dat de bandleden op elkaar zijn uitgekeken, verzekert Jakobsen. "Integendeel. Hoe meer je elkaar loslaat in een relatie, hoe sterker de band. Net als in een liefdesrelatie. Zo voel ik het. Peter is nu bezig met filmmuziek. Ik ben daar hartstikke nieuwsgierig naar, op een positieve manier jaloers. De wetenschap dat we als Bløf niet meer weggaan - dat het zakelijk goed gaat, dat we ons festival Concert at Sea hebben, dat er altijd belangstelling is voor onze platen - geeft een gevoel van vrijheid. Die ruimte hebben we vergaard en dat opent deuren naar artistieke uitstapjes."

Jakobsen heeft goed nagedacht over de teksten waarmee hij de liedjes aan elkaar praat. Samen met een aantal theatrale accenten - die hij niet wil verklappen - weeft hij zo een rode draad in de voorstelling, die van het zelfportret. Tot in de details heeft hij zich met alles bemoeid, dingen die hij bij Bløf vaak aan anderen kan overlaten. "Ik voel me als de chef van een sterrenrestaurant die thuis voor gasten staat te koken. Alles zelf doen, vergaderen, alle overwegingen die je moet maken, iets heel bijzonders op tafel zetten met beperkte middelen."

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement