Dat de Oranje-spelers hun fans niet bedankten, snapte ik wel

Sjoerd Mossou.
Volledig scherm
Sjoerd Mossou. © AD
 
Hoe monotoner het getoeter klonk, des te slechter werd het spel van Oranje, maar het was niet helemaal duidelijk wat er nou eerst was: de kip of het ei. Werden de spelers van het Nederlands elftal nu juist verlamd door dat gehoempapa, of kreeg Oranje hier exact de tuchtiging die het verdiende?

Andorra - Nederland was dinsdagavond nog maar net begonnen, toen ergens aan de voet van de Pyreneeën een dweilorkest begon te spelen, toeterend over een klein café aan de haven. Het duurde even voor ik het in de gaten had, want met dweilorkesten is het net als met bromvliegen: tergend langzaam nestelt het geluid zich in je oor. Tot je er langzaam gek van wordt.

Het getoeter van het dweilorkest werd al snel 'trending topic' op Twitter, waar mensen massaal hun woede koelden in 140 tekens. Alsof de wedstrijd op zichzelf nog niet hemeltergend genoeg was, deden de toeteraars van 'Limburg Orange' er nog een schepje bovenop, in een onverwoestbare poging het gezellig te maken.De oranje generaals en wortelmannen haakten gretig in op de tribunes. Leo Oldenburger worstelde: kon hij hier als SBS6-commentator nu cynisch over gaan zitten doen, of toch niet? En toen de carnavalsvariant van 'You'll Never Walk Alone' werd ingezet - kon je Gerry Marsden in de verte horen snikken van ellende.

Hoe monotoner het getoeter klonk, des te slechter werd het spel van Oranje, maar het was niet helemaal duidelijk wat er nou eerst was: de kip of het ei. Werden de spelers van het Nederlands elftal nu juist verlamd door dat gehoempapa, of kreeg Oranje hier exact de tuchtiging die het verdiende?

Voetbalpuristen koesteren zo'n beetje alles wat ruikt naar vroeger, behalve dan het dweilorkest. Hoempapa-bandjes in voetbalstadions waren in de jaren '70 al gemeengoed, maar niemand durft ze retro te noemen, want dweilorkesten staan symbool voor misplaatste gezelligheid. Voor tenenkrommende vrolijkheid.

In deze moderne tijd is de carnavalsband bovenal een schaatsfenomeen - en wat mij betreft blijft dat zo. In Vancouver zag ik ooit hoe Sven Kramer de verkeerde bocht in werd gestuurd door Gerard Kemkers, in één van de meest dramatische Nederlandse sportmomenten ooit. Er hing ontzetting in de Olympische schaatshal. En ongeloof. En woede. Sven Kramer huilde en vloekte van boosheid.

Maar gelukkig: iets verderop begon Kleintje Pils alweer vrolijk te toeteren. Van lang zullen we leven en we gaan nog niet naar huis. Van z'n lalalala en morgen is er weer een dag.In ons voetballand wordt de breuklijn tussen Oranje-fans en clubsupporters steeds scherper. De eerste groep wil polonaise, de laatste zweert bij voetbal met een rauw, rebels randje. Daar horen ironie en cynisme bij, vinden zij, geen jolige meedeiners. Voetbal is oorlog, geen carnaval. Hoempapa hoort niet bij topsport.

Dat het WK straks in Brazilië wordt gespeeld, is wat dat betreft een prettige meevaller. Trombones en trompetten passen moeizaam in de handbagagevakjes van het vliegtuig, dat kan een voordeel zijn. En per ongeluk een favela inlopen met een tuba op je rug; ze moeten het helemaal zelf weten bij Kleintje Pils of Limburg Orange, maar mij lijkt het niet verstandig.

Na afloop van Andorra - Nederland ontstond er enige commotie onder het Oranje-legioentje, want alleen Robin van Persie en Dirk Kuyt hadden de moeite genomen het meegereisde publiek te bedanken. De rest was vlug het veld afgerend, zonder te zwaaien of om te kijken.

'Schande!', vond de meneer van de Oranje-supportersvereniging. 'Hoe durven ze!', zei de man in het oranje konijnenpak.

Nu ben ik erg voor voetballers die hun fans bedanken, zeker op reis in verre landen, maar in dit specifieke geval kies ik de kant van de spelers. Na negentig minuten dweilorkest wil je zo snel mogelijk naar huis, met een grote koptelefoon op je oren, ver weg van het getoeter. Ik snap dat wel.