Volledig scherm
David Endt (midden) in betere tijden. © Pro Shots

David Endt: 'Dit voelt als een dolksteek'

Zijn pijn is slechts klein verdriet, vindt David Endt (59), deze zomer op een zijspoor gezet als teammanager van Ajax. De rancune mag het niet winnen van de clubliefde bij de man die decennialang verbonden was aan de ploeg uit Amsterdam. 'Maar er zijn veel te veel mensen doelbewust beschadigd bij Ajax. Daar verzet ik me tegen.'

Volledig scherm
© Pro Shots

Het gesprek nadert zijn einde, na bijna twee uur, wanneer David Endt plots moet vechten tegen zijn tranen. Hij probeert ze weg te lachen, want boven alles mocht dit geen huilverhaal worden, gedreven door rancune. Mijn waardigheid mag het niet verliezen van mijn wrok,'' vindt Endt, man van mooie volzinnen.

Of er nog een afscheid komt bij Ajax en hoe dat eruit moet gaan zien, wilden we weten. Een huldiging in een vol stadion, zoals zoveel trouwe clubmensen die tegenwoordig krijgen? Of een intiem vaarwel juist, achter de schermen? 'Laat mij maar gewoon vertrekken,' zegt Endt na een korte adempauze tegen AD Sportwereld. 'Ik moet er niet aan denken om naar een toespraakje te moeten luisteren van iemand uit de directie, die dan plechtig de loftrompet gaat afsteken.'

Zijn afscheid als teammanager kwam, na zeventien jaar, tamelijk abrupt. Een beslissing die stof deed opwaaien, want Endt was naast teammanager óók cultuurbewaker van Ajax in officieuze zin. Verdeeld over drie decennia bekleedde hij diverse functies 'van krullenjongen tot perschef'. Supporters herkenden in hem een trouw gezicht.

Dienstjaren
'Dat is geen verdienste, maar een kwestie van dienstjaren,' zegt Endt zelf. 'Er zullen ongetwijfeld supporters zijn die mij maar een ijdeltuit vinden, of een sentimentele kwast. Maar ik geloof wel dat ze mij vrijwel allemaal als een man van de club zagen. Of zien.'

Hij loopt naar zijn agenda om de datum van de dag des oordeels te checken, maar dat had goedbeschouwd niet gehoeven. Zijn hoofd had de datum al feilloos opgeslagen: donderdag 13 juni 2013.

Samen met Edwin van der Sar was hij 's ochtends naar de Akkerstraat in Betondorp gereden, op bezoek bij het geboortehuis van Johan Cruijff. Het voormalige winkelpand stond op de nominatie een museum te worden - en in zijn rol als cultuurbewaker ging Endt mee kijken. 'Op de terugweg vroeg Edwin of ik even een kop koffie wilde komen drinken op zijn kantoor. Hoezo, vroeg ik. Heb ik iets te vrezen dan? Een grapje. Dat paste bij de ontspannen sfeer in de auto.'

Verrassing
Niet veel later was het ernst. Eerst vroeg Van der Sar of Endt het nog een beetje naar zijn zin had als teammanager. Meer dan dat, zei Endt. 'Dit is de allermooiste baan die ik me kan bedenken.' Maar het hoge woord volgde direct daarop: enigszins ongemakkelijk deelde Van der Sar mee dat Ajax de functie van teammanager 'anders wilde gaan invullen'. Endt: 'Het kwam als een donderslag. Een volkomen verrassing.'

Tijdens de zogenoemde Cruijff-revolutie behoorde Endt tot de sceptici van de coup. Toch was Endt  niet bang voor zijn plek. 'Door het succes van de laatste jaren was die emotie van onveiligheid er niet meer zo. Van buitenaf hoorde ik wel eens geluiden: pas op, jij moet op je plek letten. Maar intern werd dat altijd krachtig ontkend. Ja, ik heb wel zijdelings gevraagd hoe het zat. Nee hoor, zeiden ze dan. Jij hebt niets te vrezen.'

Weggewerkt
'Het valt niet te bewijzen te bewijzen dat ik ben weggewerkt', zegt Endt. 'Zelf kan ik het één moeilijk los zien van het ander, maar het wordt steevast ontkend. Binnen Ajax spelen nu eenmaal onzichtbare krachten, van bovenaf aangestuurd. De mensen die nu aan het roer zitten, zijn vaak jong en onervaren. Die laten zich leiden, moeten het vak nog leren op veel terreinen. Want geloof me: hoe onheus ik me ook behandeld voel, ik kan me nog steeds verplaatsen in jongens als Edwin van der Sar of Frank de Boer. Het klinkt gek, maar in zekere zin houd ik toch van hen. Ik begrijp dat ook zij worstelen. Dat ze het diep in hun hart heel moeilijk vinden. We hebben samen te veel meegemaakt om dat niet zo te voelen.'

Toch werd de teammanager niet gesteund door Van der Sar of De Boer. 'Ja, dat voelt als een dolksteek. Maar ik ben in staat om verder te kijken dan dat besluit of die mededeling alleen. Ik koester die mannen nog steeds in heel veel opzichten. Om wat ze hebben gepresteerd, om hoe ze de wereld hebben veroverd op hun eigen manier. En ik zie óók hun kwetsbaarheid in de posities die ze nu bekleden. Ze hebben me pijn gedaan, maar ik zal ze nooit veroordelen, of in woede van me afduwen.'