Volledig scherm
Doan Van Hau (midden). © Getty Images

‘De eerste Vietnamees in de eredivisie, het is groot nieuws’

Van Hau naar HeerenveenMet de komst van de Vietnamese verdediger Doan Van Hau (20) heeft SC Heerenveen honderdduizenden extra volgers op sociale media binnengehaald. De Facebookpagina van de Friese club is inmiddels met meer dan 250.000 likes, na de klassieke top 3, de populairste van alle Nederlandse profclubs. ,,Vietnam is een voetbalgek land.”

Het wekt geen verbazing bij Ruud van der Knaap, manager voetbal bij sportmarketingbedrijf Triple Double. ,,Je ziet het wel vaker, kijk maar naar het aantal Mexicanen bij de volgers van PSV. Vroeger zaten er bij Feyenoord ook Japanse verslaggevers op de tribune om de avonturen van Shinji Ono te aanschouwen.’’

Quote

Het is wel belangrijk dat hij speelt.

Ruud van der Knaap

,,Vietnam is een voetbalgek land, je hoeft maar een barretje binnen te komen of ze zenden de Premier League uit”, vertelt Van der Knaap over het specifieke geval Doan Van Hau. ,,De eerste Vietnamees in de eredivisie, het is groot nieuws, net als een Nederlander die naar Engeland, Duitsland of Italië verkast.”

Naar de voetballende kwaliteiten van Van Hau, die tot nu toe alleen nog maar in Vietnam speelde, is het in Nederland nog gissen. Van der Knaap denkt wel dat clubs eerder geneigd zijn een gokje te wagen bij spelers met ‘een hoge commerciële potentie’. ,,Het gaat in eerste instantie om de sportieve kwaliteiten. Maar ik kan me voorstellen dat een speler uit Vietnam niet de hoofdprijs kost. Als je dan ook nog eens toegang krijgt tot een enorme commerciële markt met voetbalgekken, maakt dat het extra aantrekkelijk.”

Volledig scherm
Doan Van Hau. © Getty Images

,,Het is wel belangrijk dat hij speelt, als hij op de bank zit zal het enthousiasme snel wegvloeien”, besluit Van der Knaap. ,,Wij keken in Nederland ook naar Ruud Gullit, toen hij eind jaren 80 naar AC Milan ging, omdat hij speelde. Om de commerciële waarde van Doan Van Hau optimaal te benutten moet hij altijd spelen, maar ik geloof niet dat dat de opdracht is die de trainer (Johnny Jansen, red.) meekrijgt…”