Liep daar nou Lurling met zijn labrador de polder in?

 Want wat heb je eraan om tijdens een redactievergadering in het appartement van Wilfried de Jong, zoals een jaartje of tien geleden gebeurde, voormalig Feyenoord-spits Julio Ricardo Cruz in een flat aan de overkant op z'n Argentijns door zijn eigen huiskamer te zien hossen? Je wilt niet dat zo'n beeld beklijft, maar dat de herinnering aan de goal tegen Juventus op je netvlies blijft staan.  
Volledig scherm

Ik heb nooit goed raad geweten met voetballers in het echt, dat wil zeggen: dat je je helden in leisure-time zomaar tegenkomt in de kroeg, bij de benzinepomp, tijdens het bestellen van een casino-wit bij de bakker of met vrouw en kinderen bij Piet Klerkx om een nieuwe skailederen bankstel te bestellen.

Ik ben van ná de tijd dat je in de sigarenzaak van Sjaak Swart bij de voetballer zélf een paar rokertjes kon bestellen en Bokito kom je gewoonlijk ook niet tegen bij de Bijenkorf, nietwaar? Zoals de gorilla bovenop een apenrots in Blijdorp hoort te zitten, is het stadion de natuurlijke habitat voor voetballers. Dat klinkt wat zwartwit maar mijn linkerhersenhelft houdt er nogal van dat het leven overzichtelijk is.

En zoals er tussen Bokito en kindertjes op schoolreisje een veilige afstand en een gracht hoort te bestaan, geldt hetzelfde voor de relatie tussen de voetballer en de voetbalfan, vind ik. En dan doel ik niet eens op de dronken malloot die woensdagavond het veld in de Arena opsprong in een bizarre poging om doelman Esteban van AZ een oplawaai te verkopen.

Wat ik eigenlijk maar zeggen wil, is dat voetballers in het dagelijkse leven onzichtbaar horen te zijn. Want wat heb je eraan om tijdens een redactievergadering in het appartement van Wilfried de Jong, zoals een jaartje of tien geleden gebeurde, voormalig Feyenoord-spits Julio Ricardo Cruz in een flat aan de overkant op z'n Argentijns door zijn eigen huiskamer te zien hossen? Je wilt niet dat zo'n beeld beklijft, maar dat de herinnering aan de goal tegen Juventus op je netvlies blijft staan.

En misschien draaide ik daarom mijn hoofd om, althans in eerste instantie, toen ik al pimpelend in de keuken van een goede vriendin Anthony Lurling aan de overkant van de straat plots de voordeur uit zag stappen, voor een ommetje met de hond. Liep daar nou Lurling met zijn labrador de polder in?

'Ja, daar loopt Lurling met zijn labrador de polder in,' zei mijn vriendin. 'En ik zie hem ook wel eens koken.'

Ik hoefde het allemaal niet te weten/zien. En denk bij de naam van Lurling liever aan een stiftbal dan aan een labrador, laat staan aan een bungalowpark in de buurt van Zwolle waar de spits van NAC het liefst zijn vakanties viert en daar gezelschapsspelletjes speelt met zijn vrouw en niet meer nodig heeft om het samen fijn te hebben, aldus Lurling deze week in Voetbal International.

En nu ben ik dus om. Want met dat soort uitspraken kun je bij mij aan komen zetten. Helemaal vlak voor kerst. En dan ook nog zeggen dat je je zegeningen telt zeker, omdat je op je achttiende ook loodgieter had kunnen worden in plaats van voetballer. 'En dan twijfel je niet om je best te doen', zegt de 34-jarige Lurling, die nog zo graag een tijdje doorvoetbalt om zich ooit de Ryan Giggs van de Lage Landen te kunnen noemen. Het is een eretitel die ik hem graag gun.

En de volgende keer dat Lurling met zijn labrador weer voor een ommetje gaat, loop ik misschien wel een eindje met hem mee.