Volledig scherm
Olfers (r) in actie namens Aalborg tegen Celtic. © Pro Shots

Olfers: 'Maffiapraktijken in Azerbeidzjaans voetbal'

Verdediger Steve Olfers overleefde twee lange seizoenen in de door corruptie geteisterde Azerbeidzjaanse competitie. Na een onvrijwillige sabbatical van bijna een jaar meldde hij zich deze week bij zijn oude club Excelsior. 'Het is een zware periode geweest, met heel veel stress', zegt hij in het AD.

Lachend beweegt Steve Olfers zich tussen de spelers van Excelsior. De 31-jarige verdediger is dolblij dat hij weer aansluiting heeft bij een professionele club. In mei 2012 liep het contract bij zijn oude team Qäbälä PFK in Azerbeidzjan ten einde.

Hij had nog wat langer in Azerbeidzjan kunnen blijven, maar daar zag de Haarlemmer vanaf. Na twee seizoenen had hij het helemaal gehad met het zijns inziens 'verziekte' voetbal daar. 'Zoals ze daar wedstrijden spelen, dat is gewoon corrupt', verzucht Olfers.

Sommige wedstrijden kón hij gewoon niet winnen, zo voelde dat althans. 'Er zijn veel maffiapraktijken, bij spelers en scheidsrechters', legt hij uit. 'Ik weet niet of ze heel erg blij zijn dat ik dit vertel. Als je me morgen niet meer ziet, weet je in elk geval hoe het komt, haha.'

Na een kampioenschap met het Deense Aalborg en een daaropvolgend avontuur in de Champions League, hoopte hij op een stap naar een grotere club. 'Maar toen brak de crisis ook uit in het voetbal', zegt hij. Olfers speelde nog een tijdje als amateur bij PSV, voordat de Engelse trainer Tony Adams hem naar Azerbeidzjan haalde. 'Qäbälä is een relatief nieuwe, ambitieuze ploeg en ik kreeg een mooi contract. Het plaatje klopte dus wel.'

Maar Olfers kwam bedrogen uit. 'Alles wat daar normaal is, is hier niet normaal. De clubs zijn van rijke eigenaren, die zien het voetbal als een hobby en nemen het niet serieus. Er wordt geld gestoken in prachtige stadions, maar de velden liggen er dramatisch bij en de randvoorwaarden kloppen niet. Er loopt best wel talent rond, maar ze krijgen niet de kans om zich te ontwikkelen. Alles gaat er buitengewoon langzaam.'

En dan was er nog zijn privésituatie. 'Qäbälä was vroeger een pelgrimsoord, maar tegenwoordig komt er niemand meer. Het is echt een ouderwets bergdorp en ik moest me er met handen en voeten verstaanbaar maken. Mijn gezin verbleef in de hoofdstad Bakoe, dat lag op drie uur rijden. Ik zat zelf in een vrijwel uitgestorven hotel. We hebben het uiteindelijk gered met zijn viertjes, maar vraag niet hoe.'